Van aanbod naar vraag gestuurde economie
De wet van Say stelt dat ieder aanbod zijn vraag schept: creëer meer hotelbedden en de vraag naar hotel overnachtingen zal toenemen. Volgens de wet van Say ontstaan economische crises door een gebrek aan productie, niet zozeer een gebrek naar vraag van producten.
Net zoals de wet van Say, is de economische visie van Curaçao veelal aanbod gestimuleerd: zorg dat er meer toeristen met Air Berlin Curaçao bezoeken en je creëert economische groei. Zorg dat landskinderen, al dan niet via belasting voordelen, terugkeren naar Curaçao en het zal door meer kennis beter gaan met de economie. Een aanbod gestimuleerde economie is echter bijzonder kwetsbaar en brengt voor een klein land zoals Curaçao de nodige risico’s met zich mee.
Historisch voorbeeld aanbod gestuurde economie: USSR
De economische visie van de Sovjet Unie werd samengevat in 5-jaren plannen waarbij bepaalde sectoren een ontwikkeling in output moesten bereiken. De staal industrie moest bijvoorbeeld met een bepaald % groeien. Deze visie werkte vooral goed in een oorlogs-economie waarbij alle humane factoren opzij gezet worden en alles in staat wordt gesteld wordt om een productie in stand te houden om maar te kunnen overleven. Hierdoor lukte het om een grotendeels agrarische samenleving in 1917 om te vormen tot een industriële samenleving in een periode van minder dan 25 jaar. Echter in een niet-oorlogs-economie kwamen de beperkingen van een planeconomie al snel aan het licht: het bekende ironische voorbeeld van de fabriek die één enorme spijker produceert en daarmee aan zijn productie quota voldoet toont aan dat voldoen aan een aanbods vereiste nog niet betekent dat de output voor de consument nuttig kan zijn.

Ook loopt aan aanbod gestuurde economie het risico dat trends over het hoofd worden gezien: alhoewel de Sovjet Unie erg succesvol was op het gebied van ruimtevaart en oorlogsmaterieel, zagen de centrale planners de ontwikkeling van de computer volledig over het hoofd. Hierdoor liepen zij vergeleken met Amerika een aanzienlijke achterstand op die ook via centrale planning niet meer was in te halen.
Curaçao
Ook in Curaçao is de neiging om het nut van centrale planning te overschatten. In het onderwijs is nu de vreemde situatie ontstaan waarin Curaçao weliswaar een universiteit heeft, maar waarbij een tekort is aan basis onderwijs dat aansluit bij de markt vraag. Als gevolg daarvan zijn ouders gedwongen om hun kinderen naar privé scholen te sturen waardoor een barrière ontstaat tot goed basis onderwijs, hetgeen zich vertaalt naar lage slagingspercentages: 80% van de basis school kinderen gaat naar het vsbo en maar 20% naar havo/vwo. Ter vergelijking, in Nederland is de verhouding 53% vsbo en 47% havo/vwo. De universiteit trekt 80% leerlingen uit Curaçao aan, en 20% vanuit de regio. Als de bevolking van Curaçao rond de 160.000 is, heeft de universiteit dus een markt van ongeveer 200.000 potentiële klanten, wat voor universiteiten minimaal is. Vergelijk dit met Nederland dat 17 universiteiten heeft op een bevolking van 17 miljoen. Kennelijk bestaat er in Curaçao een mismatch tussen hoger en lager onderwijs.
Een ander voorbeeld is het streven naar een lokale aandelenmarkt (DCSX). Om deze markt te stimuleren zouden er belasting voordelen nodig zijn. Maar als er voldoende vraag zou zijn naar lokale investeringen en aandelen, zou dit automatisch leiden tot aanbod van lokale aandelen, en zou er geen noodzaak zijn tot belastingvoordelen. Er lijkt dus onvoldoende vraag te bestaan om een aandelenmarkt zonder lange termijn subsidie in stand te kunnen houden.
Succes voorbeelden van vraag economie
Begin jaren 90 was de Finse economie in recessie: een bankencrisis en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hadden de economie veel schade berokkend. Daarna kwam een sterk herstel: een combinatie van marktwerking en focus op onderwijs resulteerde in een knowledge workers economie waarbij internationale handel erg succesvol is en een derde van het Bruto Binnenlands product uitmaakt. Inmiddels is Finland een van de meest welvarende landen in de Europese Unie.
Een ander goed voorbeeld van een economie die sterk profiteert van vraag uit het buitenland is Duitsland. Werd deze economie midden jaren 90 nog als ouderwets gezien, na de economische crisis bleek dat de Duitse gründlichkeit in de maak-industrie zoals auto’s en witgoed een sterke merknaam was in het buitenland. Made in Germany heeft een goed imago waarvoor buitenlandse consumenten graag extra voor willen betalen.
Conclusie
De economische visie van Curaçao ligt vooralsnog op de korte termijn die erg aanbod gestuurd is: door middel van belasting voordelen worden hotels, luchtvaartmaatschappijen en financiële instellingen (tijdelijk) naar het eiland gelokt. Het nadeel van deze maatregelen is dat zij gemakkelijk gekopieerd kunnen worden door andere (ei)landen en korte termijn effecten hebben op de economie bijvoorbeeld voor de werkgelegenheid. In plaats van korte termijn jump-start maatregelen, doet Curaçao er goed aan een lange termijn brand te ontwikkelen wat minder gevoelig is voor tijdelijke financiële prikkels. Hierdoor zal een structurele vraag ontstaan naar de producten en kennis die Curaçao te bieden heeft.
Drs Servaas Houben AAG-FIA, CFA, FRM is secretaris van de Association of Dutch Caribbean Economists. Servaas presenteert en schrijft regelmatig over innovatieve oplossingen binnen de pensioen- en verzekerings-sector om de sector future proof te maken.

Referenties
https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/sectoroverstijgend/nederlands-onderwijsstelsel/stromen-in-het-nederlandse-onderwijs