Licht aan het eind van de tunnel op Curaçao na 2018

De resultaten van de Curaçaose economie waren bedroevend de afgelopen twee decennia.

We sluiten 2017 negatief af met een krimp van 1,4%. Het nieuwe jaar zal geen economische voorspoed brengen met een voorspelde groei van 0,3%.

Het zou ook onzinnig zijn om te verwachten dat het in 2018 opeens veel beter zou gaan.

Hoe zullen de consumenten, investeerders en overheid gaan reageren op deze verwachtingen. Wachten ze af wat er gaat gebeuren, of nemen ze in het nieuwe jaar het lot in eigen handen?

Negatief nieuws wint

Het AD van 28 december j.l. illustreert dat het niet goed gaat met de Curaçaose economie: “Exit GZE nabij”, “Overname Insel in de gevarenzone”, PDVSA zinkt weg in troebel water”, “Schuldenprobleem niet onderschatten”. Positief is daarentegen voor ambtenaren dat ze vrij zijn op 2 januari en vuurwerk verkopen gestart zijn. “Don’t stop de Carnaval” zou een boektitel kunnen zijn die (ook) op Curaçao slaat.

Het nadeel van negatieve beeldvorming

Dat economische groei de afgelopen jaren geen vanzelfsprekendheid was mag niemand verbazen. De structuur van de economie is aan het wijzigen. Curaçao heeft lange tijd gesteund op vier pilaren: de raffinaderij, de internationale financiële dienstverlening, de internationale handel en het toerisme. Drie daarvan brokkelen langzaam maar zeker af. Alleen het toerisme is het laatste decennia gegroeid, echter onvoldoende om de krimp van de andere peilers op te vangen.

Nieuwe initiatieven vanuit de private sector zijn beperkt en de overheid is bij onmachte gebleken om het economisch vertrouwen in Curaçao terug te winnen zoals uit de Conjunctuuronderzoek van het CBS valt op te maken. De economische vooruitblik van de Centrale bank schets een beeld over 2018 van verminderende economische activiteiten, vooral op gebied van de export. Uitzondering vormt het toerisme. Daarmee zal het in 2018 beter gaan zodat de gehele Curaçaose economie nog net een reële groei van 0,3% kan realiseren.

Kortom, het lijkt op een scenario waarin Curaçao economisch doormoddert.

De berichtgeving in de traditionele en sociale media, de algemene sfeer en tendens onder de bevolking en bedrijven bevestigen dit negatieve beeld. Ook de wijze waarop Curaçao politiek bedrijft, de overheid haar prioriteiten bepaalt, beleid uitvoert, handhaaft dragen bij aan deze beeldvorming.

Dit beeld vormt geen aanleiding en prikkel voor ondernemers om op Curaçao te gaan investeren, nieuwe activiteiten te ondernemen, noch voor consumenten om eens flink geld uit te geven. Als een ieder op Curaçao zich zo gedraagt en dat ook verteld wordt tegen buitenlandse investeerders, wordt de voorspelde nulgroei vanzelf een “self fullfilling prophecy”.

Elk nadeel heeft zijn voordeel.

De economische situatie dreigt in 2018 zo nijpend te worden dat er een klimaat kan ontstaan als toentertijd in 1985 toen de Shell van Curaçao vertrok; of ten tijde van het Kabinet Pourier in de jaren 90, toen onderhandelingen met het IMF plaatsvonden om extra steun uit Nederland te krijgen en het besef ontstond dat er echt iets moest gebeuren. Toen was opeens politiek van alles mogelijk. In een dergelijk klimaat kunnen beleidsmaatregelen genomen worden die vroeger door een combinatie van politieke, zakelijke en privébelangen werden tegengehouden.

Ondernemers, consumenten en overheid kunnen bij de pakken neerzitten en op dezelfde wijze doormodderen als gedurende de afgelopen jaren. Dat is geen optie omdat het onherroepelijk leidt tot een geleidelijke verdere afbrokkeling van de economische structuur met als gevolg minder overheidsinkomsten, meer werkloosheid, armoede en criminaliteit. De enige optie is om in 2018, zo snel mogelijk daadwerkelijke economische veranderingen door en innovaties in te voeren. De particuliere sector zal het initiatief moeten nemen en de overheid moet faciliteren.

 

Om bij het laatste te beginnen. Bij het faciliteren door de Curaçaose overheid van de private sector ligt een grote uitdaging voor de regering van Curaçao. Bestuurders zelf erkennen dat het niet goed gaat en ambtenaren bevestigen dat het nog nooit zo slecht is geweest binnen het apparaat; sinds 10-10-10 is de kwaliteit van de dienstverlening vooral verslechterd. Eenvoudige reparaties aan de overheidsorganisatie zal weinig opleveren. De facto is vereist dat een geheel nieuw overheidsapparaat opgebouwd moet worden, met louter gekwalificeerde, gemotiveerde en presterende werknemers die binnen duidelijke beleidskaders werken. Dit vereist tevens het opheffen van het te veel aan wettelijke bescherming dat ambtenaren genieten. Dit klinkt wellicht weinig realistisch binnen de huidige Curaçaose context. Maar aan de andere kant: “zachte heelmeesters maken stinkende wonden”. Politici en bestuurders hebben het afgelopen decennium aangetoond dat de huidige manier van beleid voeren tot weinig of niks leidt en zeker niet tot economische groei. Er was dan ook sprake van een totaal gebrek aan economische visie. Een minder vergaande “second best”-oplossing is het doorlichten van elk ministerie op hun economische focus en daar waar deze ontbreekt deze een integraal onderdeel laten uitmaken van het beleid. De vraag is: durven de Curaçaose bestuurders deze strijd aan; is er voldoende politieke ambitie gericht op economische groei?

 

Voor een deel heeft de particuliere sector op Curaçao zich afgelopen jaren niet van haar beste kant laten zien. Veel bestaande bedrijven hebben ervoor geopteerd om in hun “comfort zone” te blijven zitten.  Nieuwe producten en diensten, “made in  Curaçao” bleven achterwege. Concurrentie wordt het liefst door wettelijke regels, bureaucratisch en soms corruptief handelen buiten de deur gehouden. Het aantal op Curaçao operationele multinationale bedrijven is verminderd waardoor er minder relaties bestaan met het buitenland. Daardoor wordt er minder geëxporteerd en blijven innovaties vaak achterwege. De economische problemen in Venezuela versterken dit proces.  

Maar de economische malaise heeft er wel voor gezorgd dat ondernemerschap weer in de belangstelling staat. Niet iedereen wil afwachten; velen beginnen eenvoudig als zzp-er. Echter, vooralsnog laat het aantal weinig succesvolle “start-ups” en “scale-ups” nog te wensen over.

Belangrijk is dat ondernemers, starters en buitenlandse investeerders de ruimte krijgen om te doen waar ze goed in zijn. Daarbij is het de taak van de overheid om faciliterend op te treden, concurrentie te bevorderen, een “level playing field” te creëren en om de “cost of doing business” omlaag te brengen. Flexibilisering van de arbeidsmarkt maakt daar ook onderdeel vanuit.

De “Cruyffiaanse”-uitspraak, “elk nadeel heeft zijn voordeel” zou ook op Curaçao kunnen werken.

De situatie is dusdanig dat het mogelijk moet zijn om de nationale “mindset” te veranderen. Op Curaçao moet ondernemen, innovatie, internationaliseren en concurreren weer hoog in het nationale vaandel komen te staan. Curaçao moet de plaats zijn waar het goed ondernemen, werken en leven is.

Van economisch recessie naar opportunities

Hoewel het moeilijke tijden zijn voor burgers en bedrijven liggen er talrijke economische kansen; zelfs meer dan voorheen omdat de afgelopen jaren weinig vernieuwends in de particuliere sector is gebeurd. Een aantal voorbeelden illustreert dat er veel kansen zijn om uit de recessie te komen:

  • Punda uitbouwen tot een centrum van recreatief shoppen uitgaan en samen met Pietermaai Smal maken tot een, in het Caribisch gebied, unieke “zone rosa”.
  • Verdere ontwikkeling van Pietermaai. Voorlopig onderzoek indiceert dat met een beperkte publieke investering van enkele miljoenen, 40-80 miljoen ANG aan nieuwe investeringen kan genereren aan renovatie en nieuwbouw.
  • Een zekere ontwikkeling voor 2018 lijkt de forse toename van het aantal hotelkamers met onder meer de (her-)opening van Marriott en mogelijke start van een aantal andere toeristische projecten.
  • Uitbreiding scheepsreparatie en aanpalende activiteiten. Met de komst van Damen ontstaan mogelijkheden om in aanpalende activiteiten in de haven en scheepsreparatie te investeren.
  • Renewable energy zorgt ervoor dat elektriciteitsproductie en -opslag zal in de toekomst er geheel anders uitziet. Hiermee zijn enorme investeringen gemoeid. Ook de elektriciens auto zal zijn intrede doen. De vraag is wil Curaçao hierin voorop lopen of de laatste zijn?

Voorts zijn er mogelijkheden voor het economisch ontwikkelen van de werven op Scharloo/kop van Fleur de Marie, wellicht controversieel Oostpunt, Bullenbaai, internationaal hoger en academisch onderwijs, airlift met Curaçao deels als overstappunt, ITC-toepassingen specifiek voor kleine eilanden en Caribisch gebied (denk aan “tech start ups” and “scale ups” bijvoorbeeld op gebied van “block chain technology”), meerdere grootschalige evenementen a la North Sea Jazz, gebruik van zeekabels waarop Curaçao is aangesloten, etc..  

Ook op microniveau valt er veel economische winst te behalen. Denk bijvoorbeeld aan de taxi’s op Curaçao: het product is kwalitatief onder de maat en te duur. Toestaan van Uber-achtige taxi-diensten zou kunnen leiden tot een 2 tot 4-voudiging van de markt voor taxidiensten en dito werkgelegenheid.

De verwachting is dat de wereldeconomie met 3,5% groeit in 2018. Door een meer internationale oriëntatie kan Curaçao meer dan voorheen meeliften op de mondiale economische ontwikkelingen.

Oppertunities voor economische groei

Er zijn op Curaçao voldoende kansen voor innovaties, nieuwe producten, het aanboren van nieuwe markten en export. Punt is, entrepreneurs moeten de “oppertunities” wel zien, de kans krijgen en deze oppakken. De overheid moet niet in de weg moet zitten maar juist faciliterend optreden.

Bestuurders en ondernemers moeten het lot in eigen hand willen nemen. Dat is de uitdaging, dan wordt 2018 het jaar van het oppakken van de “oppertunities”.

Hoewel dat in 2018 nog geen economische groei oplevert op Curaçao wordt dan wel het fundament gelegd voor de welvaart en welzijn in de toekomst. Er is licht aan het eind van de tunnel.

We wensen iedereen op Curaçao voorspoedige economische jaren toe.

Roland O.B. van den Bergh

Econoom, onderzoeker en bestuurslid van de Association of Dutch Caribbean Economists

Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Open data op Curaçao

Open data op Curaçao

In een eerder artikel schreef ik over data analytics en small data en pleitte ik voor de invoering en stimulering van een data driven-aanpak binnen de publieke en private sector.
Data analytics is een proces waarbij data dusdanig gemodelleerd wordt om er de meest waardevolle informatie uit de data te halen. Goede data is een kritieke succesfactor voor Data analytics. Voor bedrijven komt de data vanuit de bedrijfssystemen zoals verkoopgegevens, financiële- , personele- en operationele data. Vaak is het handig om de interne bedrijfsdata te koppelen aan demografische data als leeftijd, geslacht, opleiding enz.

In deze editie richten wij de aandacht op Open data: data die beschikbaar wordt gesteld door de overheid en vrij bruikbaar is. In 2013 werd het International Open Data Charter opgesteld door de G8 dat werd onderschreven door vrijwel de hele wereld. Daarin verplichten overheden zichzelf hun data open te stellen, tenzij het privacygevoelige informatie bevat en bijvoorbeeld het landsbelang schaadt.

Het beschikbaar stellen van deze data heeft twee doelen: vergroten van de transparantie van de overheid en de hoop dat de private sector de informatie dusdanig gebruikt om de economie te stimuleren. Betere toegang tot data zou de Europese economie 27 tot 140 miljard euro kunnen opleveren. Voor de Nederlandse overheid ligt dit bedrag rond de 200 miljoen euro.

Open overheidsdata gekoppeld aan interne data kan organisaties helpen om betere beslissingen te nemen. Het stimuleert de samenleving ook om meer actief maatschappelijk betrokken te zijn. Zo heeft een vrouw in Denemarken met behulp van open data de website www.findtoilet.dk gelanceerd. Via deze site kunnen Denen met blaasproblemen openbare toiletten op hun route opzoeken en dus met meer vertrouwen hun huis verlaten.

Hoe staat het met open data bronnen op Curaçao?
Bij mijn weten heeft de lokale overheid nog geen tijd gevonden om hiermee aan de slag te gaan.
We hebben de databestanden van Meteorologische dienst, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Vereniging Veilig Verkeer Curaçao en Curaçao Tourism Board (CTB) langs de open data meetlat gelegd. Hoewel de instanties enige data beschikbaar stellen worden deze datasets geleverd in een formaat dat niet geschikt is voor automatische verwerking en voldoen niet aan andere eisen van het International Open Data Charter.

Recentelijk is de Curaçao National Socio-Economic Database (http://www.curacaonsed.org) gelanceerd, een online database met data over lokale economische en sociale indicatoren . Indicatoren met betrekking tot de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s – Sustainable Development Goals) van de VN worden ook gepresenteerd.
De database en website voldoen 100% aan de eisen van open data van het International Open Data Charter.

In de afgelopen maanden werd op Curaçao door partijen een stelling geponeerd dat auto’s met een rechtsstuur (RHD) meer ongelukken zouden veroorzaken dan de gangbare auto’s met een linksstuur (LHD). Hier ontbrak echter een fact based analyse.
Indien men een analyse gebaseerd op feiten/data wil doen dan zullen databestanden van Forensys (die de opname doet bij aanrijdingen), UO Openbare Werken (het keuringslokaal voor het aantal RHD auto’s) en data van de verzekeringsmaatschappijen aan elkaar moeten koppelen.

Geen enkele overheids- of private organisatie kan echter aangeven hoeveel RHD’s er lokaal rondrijden. De enige manier om dit (bij benadering) te achterhalen is door het uitvoeren van een steekproef. Verder zijn de jaarcijfers over aanrijdingen van Vereniging Veilig Verkeer Curaçao verouderd en verzekeringsmaatschappijen bestempelen hun aanrijdingsdata als bedrijfsinformatie. Dus geheim. Hierdoor weten we nog steeds niet als RHD’s voertuigen meer aanrijdingen veroorzaken dan LHD auto’s.

Het voertuigenbestand van Curaçao lijkt mij een goede kandidaat voor open data met daarin gegevens als bouwjaar, type voertuig, merk, model. Hoeveel aanrijdingen vinden er nu plaats op Curaçao? Waar vinden deze plaats? Welke bestuurdersgroepen veroorzaken de meeste aanrijdingen? Allemaal interessante vragen die we met een gedegen data-analyse op basis van beschikbare open datasets kunnen analyseren, beantwoorden en vervolgens constructief aanpakken.

Een gedegen analyse en advies over de hoogte van het minimumloon is recentelijk uitgevoerd door de Sociaal-Economische Raad van Curaçao (SER). Voor deze studie zijn diverse datasets gebruikt waaronder Arbeidskracht Onderzoeken van het CBS, AOW/AWW, ILO en IMF-bronnen. In het rapport “lnitiatiefadvies inzake een Verkenning van het beleidsthema Minimumlonen” meldt de SER (p.51) dat:

“[…] het minimumloon voor alle types huishoudens toereikend is om boven de armoedegrens te blijven, op twee huishoudtypes na. Dat zijn namelijk de éénouder-gezinnen met één of meerdere kinderen. Deze huishoudens leven, indien zij enkel en alleen het minimumloon als inkomsten hebben, beneden de armoedegrens. Vooral als er 2 of meer kinderen zijn wordt het schrijnend. Voor de overige huishoudtypes geldt dat er in principe de mogelijkheid is dat alle volwassenen economisch actief zijn, en wanneer zij alien het minimumloon genieten, zij daarmee een huishoudinkomen realiseren dat ruim boven de armoedegrens ligt.”

Uit de resultaten van de analyse blijkt dat verhogen van het minimumloon voor alle groepen zijn doel voorbij schiet en het beter is voor de twee-huishoudtypes acties te ondernemen. Verhogen van het minimumloon voor de gehele bevolking betekent dus dat er met een kanon op een mug geschoten wordt.

De invoering en stimulering van data driven-aanpak binnen de publieke en private sector heeft een economische impact en kan leiden tot het creëren van nieuwe diensten en apps voor lokale en buitenlandse klanten. Dit stimuleert de broodnodige innovatie op Curaçao en kan er voor zorgen dat onze concurrentiepositie wordt verbeterd.

Data uit de diverse bronnen vormen de basis van informatie en kennis. Data wordt voor allerlei doeleinden geregistreerd maar krijgt pas betekenis en meerwaarde als ze op het juiste moment, in de juiste vorm bij de juiste persoon geïnterpreteerd kunnen worden. Data analytics en open data kunnen bijdragen aan een beter begrip van onderlinge relaties die vervolgens begrijpelijk vertaald kunnen worden zodat bestuurders hun beleid hier op kunnen inrichten.

Optioneel:
Bronnen
1. Rapport Sociaal-Economische Raad van Curaçao: Staten van Curaçao: Doc18658_SER-VzSTN4okt17InitiatiefadviesinzakeVerkenningvanhetbeleidsthemaminimumlonen.pdf
2. http://opendatahandbook.org/guide/nl_BE/why-open-data/
3. Meteorologische Dienst www.meteo.cw
4. Central Bureau of Statistics www.cbs.cw
5. Curaçao Tourist Board www.curacao.com/
6. Asosashon Tráfiko Sigur Kòrsou (ATSK) www.vvvcur.com/
7. https://nl.wikipedia.org/wiki/Open_data

Ronald Lieuw-Sjong is consultant bij Next Step Consulting NV (NSC) en lid van de Dutch Caribbean Economists. NSC ondersteunt lokale en regionale bedrijven met procesmanagement en data analytics vraagstukken.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt dus de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur één of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

Economische kansen van Blockchain technologie

De laatste tijd staat zogenaamde Blockchain technologie, en dan in het bijzonder het gebruik er van voor cryptocurrencies zoals Bitcoin, in toenemende mate in de belangstelling. Dit komt deels door de meteorische waardestijging van bitcoins die tot de verbeelding spreekt, maar ook doordat er sinds kort heuse ‘digital asset’ bedrijven op Curacao gestart zijn.
Daarnaast wordt er ook veel geschreven over de in potentie grote veranderingen (disruption) die de Blockchain technologie de wereld gaat brengen de komende jaren. Sommigen gaan al zo ver om te beweren dat deze impact vergelijkbaar zal zijn met wat de komst van het Internet teweeg heeft gebracht de laatste 25 jaar.
Macro economisch bezien is het vooral interessant om te zien wat dit kan betekenen voor de arbeidsmarkt, voor de handelsbalans, en voor de kansen die deze technologie Curacao biedt om concurrerende landen eens te snel af en te slim af te zijn.
In een volgende column van de Economenclub wordt wat meer ingegaan op wat er nou technisch zo onderscheidend is aan blockchain technologie en op welke sectoren het impact zal hebben. Kort gezegd betreft blockchain een gedecentraliseerd logboek, wat onveranderbaar is wanneer er iets aan is toegevoegd, en wat door geen enkele centrale organisatie beheerd wordt.
In de blockchain wereld (ook wel eens de crypto community genoemd) is alle aandacht nu gericht op de financiële sector en de digitale valuta. Pas in een tweede golf zullen denk ik sectoren als het notariaat, het kadaster, en bijvoorbeeld verzekeringen aan bod komen. Er staat dan ook veel op het spel in de financiële sector.
Banken worden opeens bedreigd in hun business model. Transacties via de blockchain kunnen veel sneller en goedkoper gaan, met minder tussenpersonen. De rol van settlement platformen zoals SWIFT staat onder druk. Mensen kunnen nu al rechtstreeks bitcoins naar elkaar sturen (peer-to-peer) zonder tussenkomst van wie dan ook. Uw overboeking is in 10 minuten in handen van een begunstigde aan de andere kant van de wereld. Bedenk wat dat gaat doen met de ‘remittances’ markt – het opsturen van gespaard geld naar familie en vrienden in iemands thuisland via bijvoorbeeld Western Union. Een markt van $500 miljard per jaar.
In het Caribisch gebied kampen banken ook met het probleem van het potentieel verlies van hun ‘correspondent bank’ status. Blockchain oplossingen zoals Ripple zouden dat kunnen elimineren.
Ondertussen zijn er ook landen en centrale banken die een decentrale concurrerende munt maar niets vinden, en gewoon een nieuwe nationale digitale munt lanceren. Oude wijn in een nieuwe (techno) zak? Bijvoorbeeld Rusland met de nieuwe ‘crypto ruble’, Dubai met hun crypto munt emCash die parallel bestaat aan hun munt de dirham, en dichter bij huis: Barbados met een crypto variant van hun dollar. Een initiatief waar Aruba ook bij betrokken is geraakt.
Dan is er nog de rol van beleggers – mensen die cryptocurrencies gewoon als een nieuwe commodity zien, iets waar ze in kunnen beleggen net zoals in goud, aandelen, of obligaties. (In dat lijstje lijkt bitcoin nog het meeste op goud, omdat het geen intrinsieke winsten kan genereren zoals bij aandelen). De grote institutionele beleggers staan nog langs de zijlijn omdat deze markt als te volatiel en riskant wordt gezien, maar eind 2017 zullen de eerste ‘derivatives’ beschikbaar komen, instrumenten waarmee die risico’s afgedekt kunnen worden. En ondertussen is de totale waarde van alle cryptocurrencies samen al gestegen naar 200 miljard dollar.
Wat betekent dat in de retail markt? Kunnen we onze koffie bij Starbucks al afrekenen met bitcoins? Nog niet (op Curacao) maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. Er zijn al vele plekken ter wereld die bitcoins accepteren. In Zwitserland is er een gemeente waar je er je belastingen mee kan betalen. Onze toerisme sector zou hier op kunnen inspelen met een promotiecampagne. Curacao is Crypto in the Caribbean, iets in die geest. Hotelboekingen, reispakketten etc. Met de huidige stand der techniek zijn bitcoins sowieso meer geschikt voor de medium-size betalingen dan voor een saté ku batata.
Wat kunt u er nu al mee? Waar kan ik bitcoins kopen dan, is een veel gestelde vraag. Nou, eigenlijk nog niet op Curacao. De CBCS (net als de meeste centrale banken wereldwijd) heeft nog geen standpunt ingenomen over hoe dit gereguleerd gaat worden. (Vaktechnisch en fiscaal relevant: is het nou een Asset, een Security, of een Commodity? Of van alles een beetje…).
Maar mits u een bankrekening heeft in het buitenland kunt u wel op buitenlandse ‘exchanges’ kopen. Bijvoorbeeld bij bitonic.nl via een Nederlandse bank.
Belangrijk is dan wel om uw bitcoins niet bij zo een exchange geparkeerd te laten staan. Online wallets zijn het minst veilig, de exchange wordt dan de facto een bank (geld beheerder) zonder dat er verzekeringen zijn. Ook is er geen depositogarantiestelsel. Zorg altijd voor een goede veilige portemonnee voor digitaal geld, die u op uw computer thuis opslaat (met backup) of schaf een zgn. hardware wallet aan. Kleine bedragen kunnen in een phone wallet. En tot slot, er is een omslag in het denken nodig – bij cryptocurrencies bent u en u alleen verantwoordelijk voor uw geld. Bescherm het goed, want gaat uw wallet (en backup) verloren is er geen instantie bij wie u aan kunt kloppen…
Wat kan onze regering ermee? Mijn suggesties zijn: snel hierop inspelen met het onderwijs. Bied trajecten aan om blockchain software ontwikkelaars te kweken. Met de juiste regulering rondom ‘smart contracts’ zou dit zelfs heel nieuw leven in de IFS sector kunnen blazen. Parallel daaraan kunnen we de ICT sector stimuleren die via de export van hier ontwikkelde software deviezen kan genereren. En dit zijn bij uitstek sectoren waarmee we goedbetaalde kenniswerkers kunnen aantrekken – die helpen met het dekken van de tekorten aan belasting en premie-inkomsten….
Paul Helmich, CISM
De auteur is consultant, bedrijfseconoom en directeur van NovoDiem. Tevens is hij bestuurslid van de Dutch Caribbean Economists vereniging, die op Curacao ook wel bekend staat als de ‘Economenclub’.
Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt dus de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur één of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.
Bronnen:
1) https://qz.com/775159/theres-a-500-billion-remittance-market-and-bitcoin-startups-want-in-on-it/
2) https://futurism.com/emcash-is-dubais-first-official-cryptocurrency/
3) https://www.coindesk.com/how-a-tiny-island-could-give-cryptocurrency-a-big-boost/
4) https://marketvoice.fia.org/issues/2017-09/cryptocurrency-derivatives-exchanges-take-interest

De zeven magere jaren na 10-10-10

De autonomie van Curaçao per 10-10-10 heeft economisch weinig goeds gebracht. Als eiland zijn we minder gaan produceren en zijn we armer geworden. Vertrouwen in de economie is laag, innovaties blijven uit en nieuwe projecten komen moeilijk van de grond.
Wat zijn de oorzaken van deze 7 magere jaren en is er zicht op 7 vette jaren?

Wat feiten over de afgelopen 7 jaar
Wat we met elkaar produceren, het bruto binnenlands product (BBP), is in de periode 2010-2016 afgenomen met 2,1%. Als we de productie verdelen over de bevolking zien we dat deze per inwoner met 7,5% is gedaald.
In dezelfde periode is de overheidschuld, uitgedrukt in een percentage van het bruto nationaal product, van 34,5% naar 45,6% toegenomen.
Het vertrouwen in de economie bij het bedrijfsleven op Curaçao lag voor 10-10-10 redelijk hoog, is tussen 2011-2012 sterk gedaald om daarna geleidelijk aan te verbeteren. Echter, een ruime meerderheid van de bedrijven (70%) stelt dat alles min of meer hetzelfde blijft.
De perceptie over het investeringsklimaat op Curaçao over de afgelopen jaren is en blijft laag: 66% vindt het matig en 21% vindt het slecht.
In 2015 zei 74% van de gezinnen dat het slechter gaat met het eiland. 52% zei voorts dat in de periode 2010-2015 hun persoonlijke situatie is verslechterd.
De werkloosheid is van 10,0% in 2010 toegenomen naar 13.3% in 2016.

Enkele oorzaken van de magere zeven jaren
– Politiek bestuurlijke instabiliteit
Sinds 10-10-10 heeft Curaçao in 7 jaar tijd 6 kabinetten gehad. Op weinig beleidsterreinen is er sprake geweest van vernieuwing of verbetering. De wijze waarop politiek gevoerd wordt, heeft er toe geleid dat de meerderheid van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de politiek, noch in haar politieke leiders.

– Kwaliteit van het ambtenarenapparaat
De samenvoeging van de overheidsdiensten van Land Nederlandse Antillen en Eilandgebied Curaçao tot een organisatie bestaande uit 9 ministeries per 10-10-10 is grotendeels mislukt. Hier en daar zijn er de afgelopen 7 jaar reparaties uitgevoerd.
Ten tijde van een politieke bestuursvacuum in andere landen, zoals n Nederland en België, zorgt een professioneel ambtenarenapparaat er voor dat alles gewoon doorgaat. Dat is mogelijk als voordien beleid en procedures zijn vastgelegd, daarvoor geld is gereserveerd en er geen sprake is van een patronagesysteem. Op Curaçao ontbreekt het doorgaans aan alle drie: beleid, geld en een professioneel apparaat.

– Stijging van de sociale premies
De overheidsfinanciën zijn mede door de schuldsanering door Nederland redelijk op orde. De publieke financiën worden ook nauwlettend door de Commissie Financieel Toezicht (CFT) in de gaten gehouden. De prijs voor begrotingsevenwicht is grotendeels betaald door het bedrijfsleven dat de sociale premiedruk zag stijgen: meer AOV/AWW-premie en een hogere werkgeversbijdrage door de invoering van de basisverzekering ziektekosten (BVZ). Ook werknemers moeten meer premie betalen.

– Ouderwetse overheid, ‘old politics’
Vigerende arbeidswetgeving uit de jaren zeventig, een Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (1964) dat innovatie van het overheidsapparaat frustreert, douanewetgeving uit 1908, zegels plakken op overeenkomsten (zegelverordening, 1908), lage boetes op zware milieudelicten, etc., etc. Veel ouderwetse en achterhaalde wet- en regelgeving in combinatie met voor een gebrekkige uitvoering van het beleid, voor zover aanwezig en vastgesteld, creëert ‘red tape’. Dit werkt een cultuur in de hand van het geven van ‘fabors’ en pastechis.

‘out of date economy’
De economische trots van Curaçao in de vorige eeuw, de olieraffinage, logistiek/handel en internationale financiële dienstverlening, brokkelen af. Toerisme recentelijk zelfs ook, maar daarvoor geldt dat de potentie die het heeft niet voldoende mate wordt benut. Dit houdt niet in dat er in het geheel geen aandacht meer voor deze sectoren moet zijn, maar de focus moet anders omdat de teruggang een gevolg is van:
o Zwak ondernemerschap. De ondernemende generatie op Curaçao is vergrijsd, vaak boven de 60 en soms 70 jaar; die zitten nieuwe ondernemers in de weg.
o Gebrek aan innovatie. Nieuwe producten en diensten worden slechts mondjesmaat aangeboden. Vele ondernemingen blijven in hun ‘comfort zone zitten. “Ze vinden het zo wel goed” en investeren nauwelijks.
o Geen link met het internationale bedrijfsleven. Veel bedrijven zijn geen onderdeel (meer) van een internationaal concern of productieketen of hebben onvoldoende internationale contacten. Dat zorgt dat deze bedrijven achterblijven bij internationale ontwikkelingen.

– Teruglopende koopkracht
De optelsom van de negatieve economisch groei heeft ertoe geleid dat het besteedbaar gezinsinkomens niet of nauwelijks is gestegen terwijl de kosten van levensonderhoud wel zijn gestegen. Dat heeft weer negatieve gevolgen voor bedrijven die afhankelijk zijn van afzet op de lokale markt.

Gelukkig was afgelopen 7 jaar niet alles negatief. De schuldsanering van de overheid, de controle op overheidsuitgaven en de stand van de deviezenreserve zijn positieve aspecten waar Curaçao ver voorligt op andere Caribische eilanden. Ook zijn er initiatieven genomen om ondernemerschap te stimuleren, buitenlandse investeringen aan te trekken;ook zijn enkele belastingentarieven verlaagd. Allemaal goede initiatieven.

Maar helaas, de balans van zeven jaar een autonoom Curaçao is economisch gezien negatief. Genoemde oorzaken zijn bekend en worden door vrijwel iedereen onderschreven, zei het dat de één het dieptepunt ergens anders legt dan de ander.
Resteert de vraag: zal het in de toekomst beter gaan? Wanneer beginnen de zeven vette jaren?

Op weg naar de zeven vette jaren
De vette jaren zullen zeker niet voor 2019 beginnen. Daarvoor moeten plan A en plan B gerealiseerd worden.
Plan A is Guangdong Zhenrong Energy (GZE), de voorgenomen Chinese investeringen in de petrochemische industrie op Curaçao. Indien de geschetste plannen doorgaan zal dat voor de economie een ‘game changer’ beteken. Een economisch effect zal in 2018 nauwelijks voelbaar zijn omdat de echte investeringen pas in 2019 en later zullen plaatsvinden. Het is onduidelijk hoe de investeringen zich economisch gaan vertalen in termen van groei van het BBP, meer deviezen en overheidsinkomsten. De vraag is ook of deze investeringen leiden tot meer werkgelegenheid voor de niet-werkende bevolking op Curaçao en afname van het aantal gezinnen dat gezinnen onder het bestaansminimum leeft. Deze vraag is reëel omdat het zeer goed mogelijk is dat het arbeidsaanbod op Curaçao niet op de vraag van GZE is afgestemd met als gevolg dat immigranten (uit China?) deze arbeidsplaatsen zullen innemen.
Het hebben van een plan B voor de economie van Curaçao is niet alleen van belang in geval de GZE-investeringen niet doorgaat. Het moet ook zorgen dat iedereen die wil werken en niet in aanmerking komt voor een baan via GZE kan werken. Plan B zal tevens moeten omvatten hoe Curaçao denkt afscheid neemt van haar ‘old politics’ en hoe Curaçao haar economie gaat ombouwen tot een ‘state of the art economy’.
Het zal een hele klus worden.

Roland O. B. van den Bergh
Econoom/onderzoeker
Bestuurslid Association of Dutch Caribbean Economists

Geraadpleegde literatuur en bronnen:
– www.centralbank.cw
– www.cbs.cw
– Burgers en broeders ,Goed bestuur en natievorming in Curacao, dr. Peter Verton, Curacao 2017
– Wat heeft 10-10-10 economisch opgeleverd, Roland. O.B. van den Bergh, paper, Curacao, 2015
– IMF Kingdom of the Netherlands-Curacao and Sint Maarten, 2016 Article IV Consultations, august 2016
– Verkiezingsonderzoeken uitgevoerd door UDC/Curconsult in periode 2010-2016
– Openbare bronnen over GZE
– Minder gedogen, beter en meer handhaven, beleidsnotitie, Curconsult 2009
– Onderzoek ter vaststelling van het minimumniveau voor de kwaliteit van het Openbaar Bestuur van Curaçao, SGB)-IMD Consultancy, 2006

Van aanbod naar vraag gestuurde economie deel 2

Van aanbod naar vraag gestuurde economie deel 2

In het conflict tussen UTS en de vakbond komen enkele onderwerpen telkens naar voren: de directie meent dat vanwege toename in concurrentie en technologische veranderingen het niet mogelijk is om met het huidige werknemers bestand te kunnen concurreren, terwijl de vakbond meent dat UTS als overheids orgaan juist een voorbeeld functie heeft en daarom de CAO afspraken dient te volgen. Opmerkelijk is echter dat de meest belangrijke partij in dit conflict, de UTS klant, totaal niet aan bod komt…
Klassieke economie: strijd tussen verschillende klassen (aanbod gestuurd)
In de klassieke economie van Marx, maar ook in het meer recente werk van Piketty staat het conflict tussen kapitaal en arbeid centraal. Kapitaal is er op uit zo veel mogelijk winst te halen uit hun investeringen terwijl arbeid juist probeert de winst te beperken en een groter deel voor loon over te houden. Het nadeel van deze conflicts-theorie is dat het geen rekening houdt met de afnemers van de producten, de consument. Kapitaal en arbeid kunnen een conflict op het hardste van snede strijden, maar als de consument vervolgens besluit geen interesse meer te hebben voor het product, verliezen beiden: kapitaal omdat middelen geïnvesteerd zijn in productie factoren die niet meer relevant zijn, arbeid omdat vaardigheden verkregen zijn in processen die niet meer gevraagd worden. De Engelse kolenindustrie vocht een harde strijd in de jaren 80 waarbij zelfs sommige arbeiders besloten een volledig jaar te staken. De strijd bleek achteraf voor niets omdat gas uit de Noordzee en kolen van andere goedkopere landen veel goedkoper waren en dezelfde consument behoeften soms zelfs beter vervulden. De tijd en moeite die aan het conflict werden besteed, hadden achteraf gezien beter besteed kunnen worden een omscholing van arbeiders en omzetting van kapitaal naar andere productiemiddelen.
Nieuwe economie: de consument centraal (vraag gestuurd)
Het succes van internet is gebaseerd op het centraal stellen van de consument. Populariteit van video’s op Youtube wordt bepaald door het aantal gebruikers dat ze kijkt, en de likes en dislikes. Tripadvisor vraagt geen Michelin experts om restaurant en hotels te beoordelen maar doorsnee consumenten. Amazon laat bij ieder zoekresultaat zien welke andere producten klanten met dezelfde interesse hebben bekeken.
Naast de voortdurende drang naar feedback, is internet ook uniek dat het een open platform biedt: waar men vroeger nog uitgevers nodig had om zijn verhaal te doen, kan dit dezer dagen via blogs, en videocast. Ook hier werd de tussen persoon uit het proces gehaald, en is het de eindgebruiker die bepaalt of het product wel of niet bevalt.
Vanuit de bestaande aanbieders (taxi-branche, hotels) worden vaak wettelijke beperkingen aangedragen om deze nieuwe manieren van service verlening te stoppen. Dit is krampachtig vasthouden aan oude verdienmodellen. Wetgeving zou echter een afspiegeling moeten zijn van de bestaande waarden en normen in een samenleving die voortdurend aan verandering onderhevig zijn. De hereniging tussen West- en Oost-Duitsland was wettelijk gezien niet mogelijk maar de drang van samenleving tot hereniging bleek sterker te zijn dan alle wet en regelgeving. Het argument dat afspraken nu eenmaal in een CAO of andere overeenkomsten zijn vastgelegd betekenen dan ook niet dat dit het einde van de discussie is: wetgeving biedt een kader voor beslissingen, maar als wetgeving gedateerd is, is een nieuw kader vereist.
Internet heeft dus de manier van communicatie drastisch veranderd: niet alleen maakt het mogelijk om voor iedereen om zijn mening te verkondigen, ook heeft het tot nieuwe technieken van communicatie geleid. Bellen naar het buitenland doen wij nu met Skype, korte berichten stuur je gratis via What’s app, en in plaats van op tv programma’s te wachten kijk je ze via Youtube of uitzending gemist. Deze drastische wijzingen, ook wel disruptive change genoemd, hebben daarom het klassieke verdienmodel van telecom bedrijven onder druk gezet, maar dit hoeft nog geen ramp te zijn: bedrijven kunnen met hun tijd meegaan.
Een succesverhaal hoe om te gaan met disruptive change
IBM was het eerste bedrijf dat een mainstream model computer op de markt bracht. Het bedrijf was gestoeid op technisch vernuft en hoogwaardige kwaliteit. Centraal in de IBM gedachte was om de gebruiker het gehele PC pakket te verkopen, van hardware tot software. In de jaren 90 kwam dit verdienmodel onder druk te staan doordat concurrentie van Microsoft zich op de software focuste en Intel op de chips. De computer markt versplinterde terwijl IBM bleef proberen het gehele product pakket aan te leveren. Het boek “Who says elephants can’t dance?” beschrijft hoe CEO Gerstner het bedrijfsmodel van IBM omgooide van het aanbieden van een totaal pakket (aanbod gestuurd), naar het focussen op het aanbieden van klant specifieke oplossingen (consultancy) waar juist vraag naar was (vraag gestuurd). IBM bestaat nog steeds maar van het oorspronkelijke bedrijfsmodel is vrijwel niets meer over, en dat is exact de reden waarom IBM er nog steeds is.
Who says UTS can’t dance?
De discussie rondom UTS zou zich daarom moeten focussen op de vraag of UTS in staat is om in deze omgeving van disruptive change zijn verdienmodel te wijzigen. Als UTS bestaande diensten blijft aanbieden, zal dit door dalende vraag naar telefoon en tv services, leiden tot hogere kosten per klant wat op den duur niet houdbaar is: minder klanten zouden dan dezelfde kosten onder elkaar moeten verdelen. Mocht UTS daarentegen in staat zijn de huidige kennis en ervaring op andere gebieden in de samenleving te gebruiken, dan hoeft een vermindering in telecom vraag niet persé een vermindering in UTS services te impliceren. Directie en vakbond dienen daarom niet alleen naar het huidige bedrijfsmodel te kijken, maar ook alternatieve scenario’s te overwegen. De centrale vraag echter zou niet personeelsbehoud of het besparen van kosten moeten zijn (aanbod gestuurd), maar hoe UTS het beste in staat is om klant tevredenheid te leveren (vraag gestuurd), en wellicht is dat met minder medewerkers.
Drs Servaas Houben AAG-FIA, CFA, FRM is secretaris van de Association of Dutch Caribbean Economists. Servaas presenteert en schrijft regelmatig over innovatieve oplossingen binnen de pensioen- en verzekerings-sector om de sector future proof te maken.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur een of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

Hoe krijg ik het van het papier af?

Hoe krijg ik het van het papier af?
Executiekracht kun je organiseren

Door: Patrick Bentvelsen

Stel je jezelf bovenstaande vraag weleens? Je hebt een briljant idee en bent ook nog in staat om het fatsoenlijk op papier te zetten… maar dan… hoe krijg je het gerealiseerd? Hier zie ik in de praktijk veel mensen mee worstelen, zowel zakelijk als privé. Je wilt wel, maar het komt niet van de grond. Gebrek aan executiekracht.

Dit fenomeen speelt zich onder andere af op het niveau van organisaties en (ei)landen. Uit onderzoeken van gezaghebbende bureaus als PMI en Gartner blijkt keer op keer dat de meerderheid van de projecten geheel of gedeeltelijk faalt. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken dat dit de economie veel geld kost. In 2016 stelde PMI dat van elke miljard dollar die in de VS wordt geïnvesteerd 12% in rook opgaat als gevolg van haperende projectuitvoering1.

Ideeën bedenken en plannen maken is makkelijk. Bijna iedereen met een beetje fantasie en google vaardigheden kan het. Maar dan begint het pas: het plan moet van het papier af! Helaas sneuvelen de meeste plannen nadat het management akkoord heeft gegeven en de uitvoering moet starten.

Het is een kwestie van mobiliseren, structureren en communiceren. Mooie woorden, maar wat bedoel ik ermee?

Mobiliseren:
1. Dwing openlijke commitment, prioritering en communicatie vanuit de top af. Het management moet zichtbaar achter de verandering staan, anders komt de organisatie niet in beweging.
2. Maak de ‘lijn’ verantwoordelijk. De manager van de afdeling die het meeste wordt geraakt door de verandering is eigenaar, niet de projectleider of externe consultant.
3. Help de medewerkers inzien waarom het noodzakelijk is en waarom ze in actie moeten komen. De realisatie komt alleen op gang als de medewerkers de urgentie voelen en het snappen, willen en kunnen.

Structureren:
4. Breng een fasering aan en knip het project op in kleine stukjes. Niet teveel in één keer, maar ‘hapklare brokken’ zodat snel zichtbaar resultaat kan worden geboekt.
5. Stel een compact projectteam samen. Niet een grote groep, maar een klein team met 3-5 mensen die ervoor willen gaan, tijd hebben én weten hoe het moet.
6. Kom op vaste momenten bij elkaar. Periodiek voortgangsoverleg -bijvoorbeeld elke week- met een actielijst geeft het project een ‘heartbeat’.

Communiceren:
7. Leg de voortgang vast en communiceer hierover naar het management. Een dashboard op één A4 is voldoende; lange voortgangsrapporten worden niet gelezen.
8. Trek tijdig aan de bel als er problemen zijn en stuur bij waar nodig. Hoe meer issues hoe groter de kans dat het project ontspoort en mensen afhaken als niet adequaat wordt ingegrepen.
9. Vier korte termijn successen en deel de behaalde resultaten met de organisatie. Dit vergroot het draagvlak en de betrokkenheid.
Open deuren of niet, deze 9 succesfactoren bepalen in belangrijke mate of een plan wel of niet wordt gerealiseerd.

Hoe is het gesteld met je eigen executiekracht? Ben je in staat om de bovenstaande 500 woorden van het papier af te krijgen? Neem een project in gedachten waar je nu bij betrokken bent en loop de succesfactoren eens langs om te zien welke goed zijn ingevuld en welke niet. Bedenk vervolgens wat er nodig is om alle 9 factoren af te kunnen vinken en… kom dan in actie!

Patrick Bentvelsen heeft 15 jaar ervaring als consultant en projectmanager. Hij is Manager PMO bij ENNIA en lid van de Dutch Caribbean Economists.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur een of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

1 http://www.pmi.org/-/media/pmi/documents/public/pdf/learning/thought-leadership/pulse/pulse-of-the-profession-2016.pdf