Licht aan het eind van de tunnel op Curaçao na 2018

De resultaten van de Curaçaose economie waren bedroevend de afgelopen twee decennia.

We sluiten 2017 negatief af met een krimp van 1,4%. Het nieuwe jaar zal geen economische voorspoed brengen met een voorspelde groei van 0,3%.

Het zou ook onzinnig zijn om te verwachten dat het in 2018 opeens veel beter zou gaan.

Hoe zullen de consumenten, investeerders en overheid gaan reageren op deze verwachtingen. Wachten ze af wat er gaat gebeuren, of nemen ze in het nieuwe jaar het lot in eigen handen?

Negatief nieuws wint

Het AD van 28 december j.l. illustreert dat het niet goed gaat met de Curaçaose economie: “Exit GZE nabij”, “Overname Insel in de gevarenzone”, PDVSA zinkt weg in troebel water”, “Schuldenprobleem niet onderschatten”. Positief is daarentegen voor ambtenaren dat ze vrij zijn op 2 januari en vuurwerk verkopen gestart zijn. “Don’t stop de Carnaval” zou een boektitel kunnen zijn die (ook) op Curaçao slaat.

Het nadeel van negatieve beeldvorming

Dat economische groei de afgelopen jaren geen vanzelfsprekendheid was mag niemand verbazen. De structuur van de economie is aan het wijzigen. Curaçao heeft lange tijd gesteund op vier pilaren: de raffinaderij, de internationale financiële dienstverlening, de internationale handel en het toerisme. Drie daarvan brokkelen langzaam maar zeker af. Alleen het toerisme is het laatste decennia gegroeid, echter onvoldoende om de krimp van de andere peilers op te vangen.

Nieuwe initiatieven vanuit de private sector zijn beperkt en de overheid is bij onmachte gebleken om het economisch vertrouwen in Curaçao terug te winnen zoals uit de Conjunctuuronderzoek van het CBS valt op te maken. De economische vooruitblik van de Centrale bank schets een beeld over 2018 van verminderende economische activiteiten, vooral op gebied van de export. Uitzondering vormt het toerisme. Daarmee zal het in 2018 beter gaan zodat de gehele Curaçaose economie nog net een reële groei van 0,3% kan realiseren.

Kortom, het lijkt op een scenario waarin Curaçao economisch doormoddert.

De berichtgeving in de traditionele en sociale media, de algemene sfeer en tendens onder de bevolking en bedrijven bevestigen dit negatieve beeld. Ook de wijze waarop Curaçao politiek bedrijft, de overheid haar prioriteiten bepaalt, beleid uitvoert, handhaaft dragen bij aan deze beeldvorming.

Dit beeld vormt geen aanleiding en prikkel voor ondernemers om op Curaçao te gaan investeren, nieuwe activiteiten te ondernemen, noch voor consumenten om eens flink geld uit te geven. Als een ieder op Curaçao zich zo gedraagt en dat ook verteld wordt tegen buitenlandse investeerders, wordt de voorspelde nulgroei vanzelf een “self fullfilling prophecy”.

Elk nadeel heeft zijn voordeel.

De economische situatie dreigt in 2018 zo nijpend te worden dat er een klimaat kan ontstaan als toentertijd in 1985 toen de Shell van Curaçao vertrok; of ten tijde van het Kabinet Pourier in de jaren 90, toen onderhandelingen met het IMF plaatsvonden om extra steun uit Nederland te krijgen en het besef ontstond dat er echt iets moest gebeuren. Toen was opeens politiek van alles mogelijk. In een dergelijk klimaat kunnen beleidsmaatregelen genomen worden die vroeger door een combinatie van politieke, zakelijke en privébelangen werden tegengehouden.

Ondernemers, consumenten en overheid kunnen bij de pakken neerzitten en op dezelfde wijze doormodderen als gedurende de afgelopen jaren. Dat is geen optie omdat het onherroepelijk leidt tot een geleidelijke verdere afbrokkeling van de economische structuur met als gevolg minder overheidsinkomsten, meer werkloosheid, armoede en criminaliteit. De enige optie is om in 2018, zo snel mogelijk daadwerkelijke economische veranderingen door en innovaties in te voeren. De particuliere sector zal het initiatief moeten nemen en de overheid moet faciliteren.

 

Om bij het laatste te beginnen. Bij het faciliteren door de Curaçaose overheid van de private sector ligt een grote uitdaging voor de regering van Curaçao. Bestuurders zelf erkennen dat het niet goed gaat en ambtenaren bevestigen dat het nog nooit zo slecht is geweest binnen het apparaat; sinds 10-10-10 is de kwaliteit van de dienstverlening vooral verslechterd. Eenvoudige reparaties aan de overheidsorganisatie zal weinig opleveren. De facto is vereist dat een geheel nieuw overheidsapparaat opgebouwd moet worden, met louter gekwalificeerde, gemotiveerde en presterende werknemers die binnen duidelijke beleidskaders werken. Dit vereist tevens het opheffen van het te veel aan wettelijke bescherming dat ambtenaren genieten. Dit klinkt wellicht weinig realistisch binnen de huidige Curaçaose context. Maar aan de andere kant: “zachte heelmeesters maken stinkende wonden”. Politici en bestuurders hebben het afgelopen decennium aangetoond dat de huidige manier van beleid voeren tot weinig of niks leidt en zeker niet tot economische groei. Er was dan ook sprake van een totaal gebrek aan economische visie. Een minder vergaande “second best”-oplossing is het doorlichten van elk ministerie op hun economische focus en daar waar deze ontbreekt deze een integraal onderdeel laten uitmaken van het beleid. De vraag is: durven de Curaçaose bestuurders deze strijd aan; is er voldoende politieke ambitie gericht op economische groei?

 

Voor een deel heeft de particuliere sector op Curaçao zich afgelopen jaren niet van haar beste kant laten zien. Veel bestaande bedrijven hebben ervoor geopteerd om in hun “comfort zone” te blijven zitten.  Nieuwe producten en diensten, “made in  Curaçao” bleven achterwege. Concurrentie wordt het liefst door wettelijke regels, bureaucratisch en soms corruptief handelen buiten de deur gehouden. Het aantal op Curaçao operationele multinationale bedrijven is verminderd waardoor er minder relaties bestaan met het buitenland. Daardoor wordt er minder geëxporteerd en blijven innovaties vaak achterwege. De economische problemen in Venezuela versterken dit proces.  

Maar de economische malaise heeft er wel voor gezorgd dat ondernemerschap weer in de belangstelling staat. Niet iedereen wil afwachten; velen beginnen eenvoudig als zzp-er. Echter, vooralsnog laat het aantal weinig succesvolle “start-ups” en “scale-ups” nog te wensen over.

Belangrijk is dat ondernemers, starters en buitenlandse investeerders de ruimte krijgen om te doen waar ze goed in zijn. Daarbij is het de taak van de overheid om faciliterend op te treden, concurrentie te bevorderen, een “level playing field” te creëren en om de “cost of doing business” omlaag te brengen. Flexibilisering van de arbeidsmarkt maakt daar ook onderdeel vanuit.

De “Cruyffiaanse”-uitspraak, “elk nadeel heeft zijn voordeel” zou ook op Curaçao kunnen werken.

De situatie is dusdanig dat het mogelijk moet zijn om de nationale “mindset” te veranderen. Op Curaçao moet ondernemen, innovatie, internationaliseren en concurreren weer hoog in het nationale vaandel komen te staan. Curaçao moet de plaats zijn waar het goed ondernemen, werken en leven is.

Van economisch recessie naar opportunities

Hoewel het moeilijke tijden zijn voor burgers en bedrijven liggen er talrijke economische kansen; zelfs meer dan voorheen omdat de afgelopen jaren weinig vernieuwends in de particuliere sector is gebeurd. Een aantal voorbeelden illustreert dat er veel kansen zijn om uit de recessie te komen:

  • Punda uitbouwen tot een centrum van recreatief shoppen uitgaan en samen met Pietermaai Smal maken tot een, in het Caribisch gebied, unieke “zone rosa”.
  • Verdere ontwikkeling van Pietermaai. Voorlopig onderzoek indiceert dat met een beperkte publieke investering van enkele miljoenen, 40-80 miljoen ANG aan nieuwe investeringen kan genereren aan renovatie en nieuwbouw.
  • Een zekere ontwikkeling voor 2018 lijkt de forse toename van het aantal hotelkamers met onder meer de (her-)opening van Marriott en mogelijke start van een aantal andere toeristische projecten.
  • Uitbreiding scheepsreparatie en aanpalende activiteiten. Met de komst van Damen ontstaan mogelijkheden om in aanpalende activiteiten in de haven en scheepsreparatie te investeren.
  • Renewable energy zorgt ervoor dat elektriciteitsproductie en -opslag zal in de toekomst er geheel anders uitziet. Hiermee zijn enorme investeringen gemoeid. Ook de elektriciens auto zal zijn intrede doen. De vraag is wil Curaçao hierin voorop lopen of de laatste zijn?

Voorts zijn er mogelijkheden voor het economisch ontwikkelen van de werven op Scharloo/kop van Fleur de Marie, wellicht controversieel Oostpunt, Bullenbaai, internationaal hoger en academisch onderwijs, airlift met Curaçao deels als overstappunt, ITC-toepassingen specifiek voor kleine eilanden en Caribisch gebied (denk aan “tech start ups” and “scale ups” bijvoorbeeld op gebied van “block chain technology”), meerdere grootschalige evenementen a la North Sea Jazz, gebruik van zeekabels waarop Curaçao is aangesloten, etc..  

Ook op microniveau valt er veel economische winst te behalen. Denk bijvoorbeeld aan de taxi’s op Curaçao: het product is kwalitatief onder de maat en te duur. Toestaan van Uber-achtige taxi-diensten zou kunnen leiden tot een 2 tot 4-voudiging van de markt voor taxidiensten en dito werkgelegenheid.

De verwachting is dat de wereldeconomie met 3,5% groeit in 2018. Door een meer internationale oriëntatie kan Curaçao meer dan voorheen meeliften op de mondiale economische ontwikkelingen.

Oppertunities voor economische groei

Er zijn op Curaçao voldoende kansen voor innovaties, nieuwe producten, het aanboren van nieuwe markten en export. Punt is, entrepreneurs moeten de “oppertunities” wel zien, de kans krijgen en deze oppakken. De overheid moet niet in de weg moet zitten maar juist faciliterend optreden.

Bestuurders en ondernemers moeten het lot in eigen hand willen nemen. Dat is de uitdaging, dan wordt 2018 het jaar van het oppakken van de “oppertunities”.

Hoewel dat in 2018 nog geen economische groei oplevert op Curaçao wordt dan wel het fundament gelegd voor de welvaart en welzijn in de toekomst. Er is licht aan het eind van de tunnel.

We wensen iedereen op Curaçao voorspoedige economische jaren toe.

Roland O.B. van den Bergh

Econoom, onderzoeker en bestuurslid van de Association of Dutch Caribbean Economists

Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Open data op Curaçao

Open data op Curaçao

In een eerder artikel schreef ik over data analytics en small data en pleitte ik voor de invoering en stimulering van een data driven-aanpak binnen de publieke en private sector.
Data analytics is een proces waarbij data dusdanig gemodelleerd wordt om er de meest waardevolle informatie uit de data te halen. Goede data is een kritieke succesfactor voor Data analytics. Voor bedrijven komt de data vanuit de bedrijfssystemen zoals verkoopgegevens, financiële- , personele- en operationele data. Vaak is het handig om de interne bedrijfsdata te koppelen aan demografische data als leeftijd, geslacht, opleiding enz.

In deze editie richten wij de aandacht op Open data: data die beschikbaar wordt gesteld door de overheid en vrij bruikbaar is. In 2013 werd het International Open Data Charter opgesteld door de G8 dat werd onderschreven door vrijwel de hele wereld. Daarin verplichten overheden zichzelf hun data open te stellen, tenzij het privacygevoelige informatie bevat en bijvoorbeeld het landsbelang schaadt.

Het beschikbaar stellen van deze data heeft twee doelen: vergroten van de transparantie van de overheid en de hoop dat de private sector de informatie dusdanig gebruikt om de economie te stimuleren. Betere toegang tot data zou de Europese economie 27 tot 140 miljard euro kunnen opleveren. Voor de Nederlandse overheid ligt dit bedrag rond de 200 miljoen euro.

Open overheidsdata gekoppeld aan interne data kan organisaties helpen om betere beslissingen te nemen. Het stimuleert de samenleving ook om meer actief maatschappelijk betrokken te zijn. Zo heeft een vrouw in Denemarken met behulp van open data de website www.findtoilet.dk gelanceerd. Via deze site kunnen Denen met blaasproblemen openbare toiletten op hun route opzoeken en dus met meer vertrouwen hun huis verlaten.

Hoe staat het met open data bronnen op Curaçao?
Bij mijn weten heeft de lokale overheid nog geen tijd gevonden om hiermee aan de slag te gaan.
We hebben de databestanden van Meteorologische dienst, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Vereniging Veilig Verkeer Curaçao en Curaçao Tourism Board (CTB) langs de open data meetlat gelegd. Hoewel de instanties enige data beschikbaar stellen worden deze datasets geleverd in een formaat dat niet geschikt is voor automatische verwerking en voldoen niet aan andere eisen van het International Open Data Charter.

Recentelijk is de Curaçao National Socio-Economic Database (http://www.curacaonsed.org) gelanceerd, een online database met data over lokale economische en sociale indicatoren . Indicatoren met betrekking tot de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s – Sustainable Development Goals) van de VN worden ook gepresenteerd.
De database en website voldoen 100% aan de eisen van open data van het International Open Data Charter.

In de afgelopen maanden werd op Curaçao door partijen een stelling geponeerd dat auto’s met een rechtsstuur (RHD) meer ongelukken zouden veroorzaken dan de gangbare auto’s met een linksstuur (LHD). Hier ontbrak echter een fact based analyse.
Indien men een analyse gebaseerd op feiten/data wil doen dan zullen databestanden van Forensys (die de opname doet bij aanrijdingen), UO Openbare Werken (het keuringslokaal voor het aantal RHD auto’s) en data van de verzekeringsmaatschappijen aan elkaar moeten koppelen.

Geen enkele overheids- of private organisatie kan echter aangeven hoeveel RHD’s er lokaal rondrijden. De enige manier om dit (bij benadering) te achterhalen is door het uitvoeren van een steekproef. Verder zijn de jaarcijfers over aanrijdingen van Vereniging Veilig Verkeer Curaçao verouderd en verzekeringsmaatschappijen bestempelen hun aanrijdingsdata als bedrijfsinformatie. Dus geheim. Hierdoor weten we nog steeds niet als RHD’s voertuigen meer aanrijdingen veroorzaken dan LHD auto’s.

Het voertuigenbestand van Curaçao lijkt mij een goede kandidaat voor open data met daarin gegevens als bouwjaar, type voertuig, merk, model. Hoeveel aanrijdingen vinden er nu plaats op Curaçao? Waar vinden deze plaats? Welke bestuurdersgroepen veroorzaken de meeste aanrijdingen? Allemaal interessante vragen die we met een gedegen data-analyse op basis van beschikbare open datasets kunnen analyseren, beantwoorden en vervolgens constructief aanpakken.

Een gedegen analyse en advies over de hoogte van het minimumloon is recentelijk uitgevoerd door de Sociaal-Economische Raad van Curaçao (SER). Voor deze studie zijn diverse datasets gebruikt waaronder Arbeidskracht Onderzoeken van het CBS, AOW/AWW, ILO en IMF-bronnen. In het rapport “lnitiatiefadvies inzake een Verkenning van het beleidsthema Minimumlonen” meldt de SER (p.51) dat:

“[…] het minimumloon voor alle types huishoudens toereikend is om boven de armoedegrens te blijven, op twee huishoudtypes na. Dat zijn namelijk de éénouder-gezinnen met één of meerdere kinderen. Deze huishoudens leven, indien zij enkel en alleen het minimumloon als inkomsten hebben, beneden de armoedegrens. Vooral als er 2 of meer kinderen zijn wordt het schrijnend. Voor de overige huishoudtypes geldt dat er in principe de mogelijkheid is dat alle volwassenen economisch actief zijn, en wanneer zij alien het minimumloon genieten, zij daarmee een huishoudinkomen realiseren dat ruim boven de armoedegrens ligt.”

Uit de resultaten van de analyse blijkt dat verhogen van het minimumloon voor alle groepen zijn doel voorbij schiet en het beter is voor de twee-huishoudtypes acties te ondernemen. Verhogen van het minimumloon voor de gehele bevolking betekent dus dat er met een kanon op een mug geschoten wordt.

De invoering en stimulering van data driven-aanpak binnen de publieke en private sector heeft een economische impact en kan leiden tot het creëren van nieuwe diensten en apps voor lokale en buitenlandse klanten. Dit stimuleert de broodnodige innovatie op Curaçao en kan er voor zorgen dat onze concurrentiepositie wordt verbeterd.

Data uit de diverse bronnen vormen de basis van informatie en kennis. Data wordt voor allerlei doeleinden geregistreerd maar krijgt pas betekenis en meerwaarde als ze op het juiste moment, in de juiste vorm bij de juiste persoon geïnterpreteerd kunnen worden. Data analytics en open data kunnen bijdragen aan een beter begrip van onderlinge relaties die vervolgens begrijpelijk vertaald kunnen worden zodat bestuurders hun beleid hier op kunnen inrichten.

Optioneel:
Bronnen
1. Rapport Sociaal-Economische Raad van Curaçao: Staten van Curaçao: Doc18658_SER-VzSTN4okt17InitiatiefadviesinzakeVerkenningvanhetbeleidsthemaminimumlonen.pdf
2. http://opendatahandbook.org/guide/nl_BE/why-open-data/
3. Meteorologische Dienst www.meteo.cw
4. Central Bureau of Statistics www.cbs.cw
5. Curaçao Tourist Board www.curacao.com/
6. Asosashon Tráfiko Sigur Kòrsou (ATSK) www.vvvcur.com/
7. https://nl.wikipedia.org/wiki/Open_data

Ronald Lieuw-Sjong is consultant bij Next Step Consulting NV (NSC) en lid van de Dutch Caribbean Economists. NSC ondersteunt lokale en regionale bedrijven met procesmanagement en data analytics vraagstukken.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt dus de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur één of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

Economische kansen van Blockchain technologie

De laatste tijd staat zogenaamde Blockchain technologie, en dan in het bijzonder het gebruik er van voor cryptocurrencies zoals Bitcoin, in toenemende mate in de belangstelling. Dit komt deels door de meteorische waardestijging van bitcoins die tot de verbeelding spreekt, maar ook doordat er sinds kort heuse ‘digital asset’ bedrijven op Curacao gestart zijn.
Daarnaast wordt er ook veel geschreven over de in potentie grote veranderingen (disruption) die de Blockchain technologie de wereld gaat brengen de komende jaren. Sommigen gaan al zo ver om te beweren dat deze impact vergelijkbaar zal zijn met wat de komst van het Internet teweeg heeft gebracht de laatste 25 jaar.
Macro economisch bezien is het vooral interessant om te zien wat dit kan betekenen voor de arbeidsmarkt, voor de handelsbalans, en voor de kansen die deze technologie Curacao biedt om concurrerende landen eens te snel af en te slim af te zijn.
In een volgende column van de Economenclub wordt wat meer ingegaan op wat er nou technisch zo onderscheidend is aan blockchain technologie en op welke sectoren het impact zal hebben. Kort gezegd betreft blockchain een gedecentraliseerd logboek, wat onveranderbaar is wanneer er iets aan is toegevoegd, en wat door geen enkele centrale organisatie beheerd wordt.
In de blockchain wereld (ook wel eens de crypto community genoemd) is alle aandacht nu gericht op de financiële sector en de digitale valuta. Pas in een tweede golf zullen denk ik sectoren als het notariaat, het kadaster, en bijvoorbeeld verzekeringen aan bod komen. Er staat dan ook veel op het spel in de financiële sector.
Banken worden opeens bedreigd in hun business model. Transacties via de blockchain kunnen veel sneller en goedkoper gaan, met minder tussenpersonen. De rol van settlement platformen zoals SWIFT staat onder druk. Mensen kunnen nu al rechtstreeks bitcoins naar elkaar sturen (peer-to-peer) zonder tussenkomst van wie dan ook. Uw overboeking is in 10 minuten in handen van een begunstigde aan de andere kant van de wereld. Bedenk wat dat gaat doen met de ‘remittances’ markt – het opsturen van gespaard geld naar familie en vrienden in iemands thuisland via bijvoorbeeld Western Union. Een markt van $500 miljard per jaar.
In het Caribisch gebied kampen banken ook met het probleem van het potentieel verlies van hun ‘correspondent bank’ status. Blockchain oplossingen zoals Ripple zouden dat kunnen elimineren.
Ondertussen zijn er ook landen en centrale banken die een decentrale concurrerende munt maar niets vinden, en gewoon een nieuwe nationale digitale munt lanceren. Oude wijn in een nieuwe (techno) zak? Bijvoorbeeld Rusland met de nieuwe ‘crypto ruble’, Dubai met hun crypto munt emCash die parallel bestaat aan hun munt de dirham, en dichter bij huis: Barbados met een crypto variant van hun dollar. Een initiatief waar Aruba ook bij betrokken is geraakt.
Dan is er nog de rol van beleggers – mensen die cryptocurrencies gewoon als een nieuwe commodity zien, iets waar ze in kunnen beleggen net zoals in goud, aandelen, of obligaties. (In dat lijstje lijkt bitcoin nog het meeste op goud, omdat het geen intrinsieke winsten kan genereren zoals bij aandelen). De grote institutionele beleggers staan nog langs de zijlijn omdat deze markt als te volatiel en riskant wordt gezien, maar eind 2017 zullen de eerste ‘derivatives’ beschikbaar komen, instrumenten waarmee die risico’s afgedekt kunnen worden. En ondertussen is de totale waarde van alle cryptocurrencies samen al gestegen naar 200 miljard dollar.
Wat betekent dat in de retail markt? Kunnen we onze koffie bij Starbucks al afrekenen met bitcoins? Nog niet (op Curacao) maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. Er zijn al vele plekken ter wereld die bitcoins accepteren. In Zwitserland is er een gemeente waar je er je belastingen mee kan betalen. Onze toerisme sector zou hier op kunnen inspelen met een promotiecampagne. Curacao is Crypto in the Caribbean, iets in die geest. Hotelboekingen, reispakketten etc. Met de huidige stand der techniek zijn bitcoins sowieso meer geschikt voor de medium-size betalingen dan voor een saté ku batata.
Wat kunt u er nu al mee? Waar kan ik bitcoins kopen dan, is een veel gestelde vraag. Nou, eigenlijk nog niet op Curacao. De CBCS (net als de meeste centrale banken wereldwijd) heeft nog geen standpunt ingenomen over hoe dit gereguleerd gaat worden. (Vaktechnisch en fiscaal relevant: is het nou een Asset, een Security, of een Commodity? Of van alles een beetje…).
Maar mits u een bankrekening heeft in het buitenland kunt u wel op buitenlandse ‘exchanges’ kopen. Bijvoorbeeld bij bitonic.nl via een Nederlandse bank.
Belangrijk is dan wel om uw bitcoins niet bij zo een exchange geparkeerd te laten staan. Online wallets zijn het minst veilig, de exchange wordt dan de facto een bank (geld beheerder) zonder dat er verzekeringen zijn. Ook is er geen depositogarantiestelsel. Zorg altijd voor een goede veilige portemonnee voor digitaal geld, die u op uw computer thuis opslaat (met backup) of schaf een zgn. hardware wallet aan. Kleine bedragen kunnen in een phone wallet. En tot slot, er is een omslag in het denken nodig – bij cryptocurrencies bent u en u alleen verantwoordelijk voor uw geld. Bescherm het goed, want gaat uw wallet (en backup) verloren is er geen instantie bij wie u aan kunt kloppen…
Wat kan onze regering ermee? Mijn suggesties zijn: snel hierop inspelen met het onderwijs. Bied trajecten aan om blockchain software ontwikkelaars te kweken. Met de juiste regulering rondom ‘smart contracts’ zou dit zelfs heel nieuw leven in de IFS sector kunnen blazen. Parallel daaraan kunnen we de ICT sector stimuleren die via de export van hier ontwikkelde software deviezen kan genereren. En dit zijn bij uitstek sectoren waarmee we goedbetaalde kenniswerkers kunnen aantrekken – die helpen met het dekken van de tekorten aan belasting en premie-inkomsten….
Paul Helmich, CISM
De auteur is consultant, bedrijfseconoom en directeur van NovoDiem. Tevens is hij bestuurslid van de Dutch Caribbean Economists vereniging, die op Curacao ook wel bekend staat als de ‘Economenclub’.
Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt dus de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur één of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.
Bronnen:
1) https://qz.com/775159/theres-a-500-billion-remittance-market-and-bitcoin-startups-want-in-on-it/
2) https://futurism.com/emcash-is-dubais-first-official-cryptocurrency/
3) https://www.coindesk.com/how-a-tiny-island-could-give-cryptocurrency-a-big-boost/
4) https://marketvoice.fia.org/issues/2017-09/cryptocurrency-derivatives-exchanges-take-interest

De zeven magere jaren na 10-10-10

De autonomie van Curaçao per 10-10-10 heeft economisch weinig goeds gebracht. Als eiland zijn we minder gaan produceren en zijn we armer geworden. Vertrouwen in de economie is laag, innovaties blijven uit en nieuwe projecten komen moeilijk van de grond.
Wat zijn de oorzaken van deze 7 magere jaren en is er zicht op 7 vette jaren?

Wat feiten over de afgelopen 7 jaar
Wat we met elkaar produceren, het bruto binnenlands product (BBP), is in de periode 2010-2016 afgenomen met 2,1%. Als we de productie verdelen over de bevolking zien we dat deze per inwoner met 7,5% is gedaald.
In dezelfde periode is de overheidschuld, uitgedrukt in een percentage van het bruto nationaal product, van 34,5% naar 45,6% toegenomen.
Het vertrouwen in de economie bij het bedrijfsleven op Curaçao lag voor 10-10-10 redelijk hoog, is tussen 2011-2012 sterk gedaald om daarna geleidelijk aan te verbeteren. Echter, een ruime meerderheid van de bedrijven (70%) stelt dat alles min of meer hetzelfde blijft.
De perceptie over het investeringsklimaat op Curaçao over de afgelopen jaren is en blijft laag: 66% vindt het matig en 21% vindt het slecht.
In 2015 zei 74% van de gezinnen dat het slechter gaat met het eiland. 52% zei voorts dat in de periode 2010-2015 hun persoonlijke situatie is verslechterd.
De werkloosheid is van 10,0% in 2010 toegenomen naar 13.3% in 2016.

Enkele oorzaken van de magere zeven jaren
– Politiek bestuurlijke instabiliteit
Sinds 10-10-10 heeft Curaçao in 7 jaar tijd 6 kabinetten gehad. Op weinig beleidsterreinen is er sprake geweest van vernieuwing of verbetering. De wijze waarop politiek gevoerd wordt, heeft er toe geleid dat de meerderheid van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de politiek, noch in haar politieke leiders.

– Kwaliteit van het ambtenarenapparaat
De samenvoeging van de overheidsdiensten van Land Nederlandse Antillen en Eilandgebied Curaçao tot een organisatie bestaande uit 9 ministeries per 10-10-10 is grotendeels mislukt. Hier en daar zijn er de afgelopen 7 jaar reparaties uitgevoerd.
Ten tijde van een politieke bestuursvacuum in andere landen, zoals n Nederland en België, zorgt een professioneel ambtenarenapparaat er voor dat alles gewoon doorgaat. Dat is mogelijk als voordien beleid en procedures zijn vastgelegd, daarvoor geld is gereserveerd en er geen sprake is van een patronagesysteem. Op Curaçao ontbreekt het doorgaans aan alle drie: beleid, geld en een professioneel apparaat.

– Stijging van de sociale premies
De overheidsfinanciën zijn mede door de schuldsanering door Nederland redelijk op orde. De publieke financiën worden ook nauwlettend door de Commissie Financieel Toezicht (CFT) in de gaten gehouden. De prijs voor begrotingsevenwicht is grotendeels betaald door het bedrijfsleven dat de sociale premiedruk zag stijgen: meer AOV/AWW-premie en een hogere werkgeversbijdrage door de invoering van de basisverzekering ziektekosten (BVZ). Ook werknemers moeten meer premie betalen.

– Ouderwetse overheid, ‘old politics’
Vigerende arbeidswetgeving uit de jaren zeventig, een Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (1964) dat innovatie van het overheidsapparaat frustreert, douanewetgeving uit 1908, zegels plakken op overeenkomsten (zegelverordening, 1908), lage boetes op zware milieudelicten, etc., etc. Veel ouderwetse en achterhaalde wet- en regelgeving in combinatie met voor een gebrekkige uitvoering van het beleid, voor zover aanwezig en vastgesteld, creëert ‘red tape’. Dit werkt een cultuur in de hand van het geven van ‘fabors’ en pastechis.

‘out of date economy’
De economische trots van Curaçao in de vorige eeuw, de olieraffinage, logistiek/handel en internationale financiële dienstverlening, brokkelen af. Toerisme recentelijk zelfs ook, maar daarvoor geldt dat de potentie die het heeft niet voldoende mate wordt benut. Dit houdt niet in dat er in het geheel geen aandacht meer voor deze sectoren moet zijn, maar de focus moet anders omdat de teruggang een gevolg is van:
o Zwak ondernemerschap. De ondernemende generatie op Curaçao is vergrijsd, vaak boven de 60 en soms 70 jaar; die zitten nieuwe ondernemers in de weg.
o Gebrek aan innovatie. Nieuwe producten en diensten worden slechts mondjesmaat aangeboden. Vele ondernemingen blijven in hun ‘comfort zone zitten. “Ze vinden het zo wel goed” en investeren nauwelijks.
o Geen link met het internationale bedrijfsleven. Veel bedrijven zijn geen onderdeel (meer) van een internationaal concern of productieketen of hebben onvoldoende internationale contacten. Dat zorgt dat deze bedrijven achterblijven bij internationale ontwikkelingen.

– Teruglopende koopkracht
De optelsom van de negatieve economisch groei heeft ertoe geleid dat het besteedbaar gezinsinkomens niet of nauwelijks is gestegen terwijl de kosten van levensonderhoud wel zijn gestegen. Dat heeft weer negatieve gevolgen voor bedrijven die afhankelijk zijn van afzet op de lokale markt.

Gelukkig was afgelopen 7 jaar niet alles negatief. De schuldsanering van de overheid, de controle op overheidsuitgaven en de stand van de deviezenreserve zijn positieve aspecten waar Curaçao ver voorligt op andere Caribische eilanden. Ook zijn er initiatieven genomen om ondernemerschap te stimuleren, buitenlandse investeringen aan te trekken;ook zijn enkele belastingentarieven verlaagd. Allemaal goede initiatieven.

Maar helaas, de balans van zeven jaar een autonoom Curaçao is economisch gezien negatief. Genoemde oorzaken zijn bekend en worden door vrijwel iedereen onderschreven, zei het dat de één het dieptepunt ergens anders legt dan de ander.
Resteert de vraag: zal het in de toekomst beter gaan? Wanneer beginnen de zeven vette jaren?

Op weg naar de zeven vette jaren
De vette jaren zullen zeker niet voor 2019 beginnen. Daarvoor moeten plan A en plan B gerealiseerd worden.
Plan A is Guangdong Zhenrong Energy (GZE), de voorgenomen Chinese investeringen in de petrochemische industrie op Curaçao. Indien de geschetste plannen doorgaan zal dat voor de economie een ‘game changer’ beteken. Een economisch effect zal in 2018 nauwelijks voelbaar zijn omdat de echte investeringen pas in 2019 en later zullen plaatsvinden. Het is onduidelijk hoe de investeringen zich economisch gaan vertalen in termen van groei van het BBP, meer deviezen en overheidsinkomsten. De vraag is ook of deze investeringen leiden tot meer werkgelegenheid voor de niet-werkende bevolking op Curaçao en afname van het aantal gezinnen dat gezinnen onder het bestaansminimum leeft. Deze vraag is reëel omdat het zeer goed mogelijk is dat het arbeidsaanbod op Curaçao niet op de vraag van GZE is afgestemd met als gevolg dat immigranten (uit China?) deze arbeidsplaatsen zullen innemen.
Het hebben van een plan B voor de economie van Curaçao is niet alleen van belang in geval de GZE-investeringen niet doorgaat. Het moet ook zorgen dat iedereen die wil werken en niet in aanmerking komt voor een baan via GZE kan werken. Plan B zal tevens moeten omvatten hoe Curaçao denkt afscheid neemt van haar ‘old politics’ en hoe Curaçao haar economie gaat ombouwen tot een ‘state of the art economy’.
Het zal een hele klus worden.

Roland O. B. van den Bergh
Econoom/onderzoeker
Bestuurslid Association of Dutch Caribbean Economists

Geraadpleegde literatuur en bronnen:
– www.centralbank.cw
– www.cbs.cw
– Burgers en broeders ,Goed bestuur en natievorming in Curacao, dr. Peter Verton, Curacao 2017
– Wat heeft 10-10-10 economisch opgeleverd, Roland. O.B. van den Bergh, paper, Curacao, 2015
– IMF Kingdom of the Netherlands-Curacao and Sint Maarten, 2016 Article IV Consultations, august 2016
– Verkiezingsonderzoeken uitgevoerd door UDC/Curconsult in periode 2010-2016
– Openbare bronnen over GZE
– Minder gedogen, beter en meer handhaven, beleidsnotitie, Curconsult 2009
– Onderzoek ter vaststelling van het minimumniveau voor de kwaliteit van het Openbaar Bestuur van Curaçao, SGB)-IMD Consultancy, 2006

Van aanbod naar vraag gestuurde economie deel 2

Van aanbod naar vraag gestuurde economie deel 2

In het conflict tussen UTS en de vakbond komen enkele onderwerpen telkens naar voren: de directie meent dat vanwege toename in concurrentie en technologische veranderingen het niet mogelijk is om met het huidige werknemers bestand te kunnen concurreren, terwijl de vakbond meent dat UTS als overheids orgaan juist een voorbeeld functie heeft en daarom de CAO afspraken dient te volgen. Opmerkelijk is echter dat de meest belangrijke partij in dit conflict, de UTS klant, totaal niet aan bod komt…
Klassieke economie: strijd tussen verschillende klassen (aanbod gestuurd)
In de klassieke economie van Marx, maar ook in het meer recente werk van Piketty staat het conflict tussen kapitaal en arbeid centraal. Kapitaal is er op uit zo veel mogelijk winst te halen uit hun investeringen terwijl arbeid juist probeert de winst te beperken en een groter deel voor loon over te houden. Het nadeel van deze conflicts-theorie is dat het geen rekening houdt met de afnemers van de producten, de consument. Kapitaal en arbeid kunnen een conflict op het hardste van snede strijden, maar als de consument vervolgens besluit geen interesse meer te hebben voor het product, verliezen beiden: kapitaal omdat middelen geïnvesteerd zijn in productie factoren die niet meer relevant zijn, arbeid omdat vaardigheden verkregen zijn in processen die niet meer gevraagd worden. De Engelse kolenindustrie vocht een harde strijd in de jaren 80 waarbij zelfs sommige arbeiders besloten een volledig jaar te staken. De strijd bleek achteraf voor niets omdat gas uit de Noordzee en kolen van andere goedkopere landen veel goedkoper waren en dezelfde consument behoeften soms zelfs beter vervulden. De tijd en moeite die aan het conflict werden besteed, hadden achteraf gezien beter besteed kunnen worden een omscholing van arbeiders en omzetting van kapitaal naar andere productiemiddelen.
Nieuwe economie: de consument centraal (vraag gestuurd)
Het succes van internet is gebaseerd op het centraal stellen van de consument. Populariteit van video’s op Youtube wordt bepaald door het aantal gebruikers dat ze kijkt, en de likes en dislikes. Tripadvisor vraagt geen Michelin experts om restaurant en hotels te beoordelen maar doorsnee consumenten. Amazon laat bij ieder zoekresultaat zien welke andere producten klanten met dezelfde interesse hebben bekeken.
Naast de voortdurende drang naar feedback, is internet ook uniek dat het een open platform biedt: waar men vroeger nog uitgevers nodig had om zijn verhaal te doen, kan dit dezer dagen via blogs, en videocast. Ook hier werd de tussen persoon uit het proces gehaald, en is het de eindgebruiker die bepaalt of het product wel of niet bevalt.
Vanuit de bestaande aanbieders (taxi-branche, hotels) worden vaak wettelijke beperkingen aangedragen om deze nieuwe manieren van service verlening te stoppen. Dit is krampachtig vasthouden aan oude verdienmodellen. Wetgeving zou echter een afspiegeling moeten zijn van de bestaande waarden en normen in een samenleving die voortdurend aan verandering onderhevig zijn. De hereniging tussen West- en Oost-Duitsland was wettelijk gezien niet mogelijk maar de drang van samenleving tot hereniging bleek sterker te zijn dan alle wet en regelgeving. Het argument dat afspraken nu eenmaal in een CAO of andere overeenkomsten zijn vastgelegd betekenen dan ook niet dat dit het einde van de discussie is: wetgeving biedt een kader voor beslissingen, maar als wetgeving gedateerd is, is een nieuw kader vereist.
Internet heeft dus de manier van communicatie drastisch veranderd: niet alleen maakt het mogelijk om voor iedereen om zijn mening te verkondigen, ook heeft het tot nieuwe technieken van communicatie geleid. Bellen naar het buitenland doen wij nu met Skype, korte berichten stuur je gratis via What’s app, en in plaats van op tv programma’s te wachten kijk je ze via Youtube of uitzending gemist. Deze drastische wijzingen, ook wel disruptive change genoemd, hebben daarom het klassieke verdienmodel van telecom bedrijven onder druk gezet, maar dit hoeft nog geen ramp te zijn: bedrijven kunnen met hun tijd meegaan.
Een succesverhaal hoe om te gaan met disruptive change
IBM was het eerste bedrijf dat een mainstream model computer op de markt bracht. Het bedrijf was gestoeid op technisch vernuft en hoogwaardige kwaliteit. Centraal in de IBM gedachte was om de gebruiker het gehele PC pakket te verkopen, van hardware tot software. In de jaren 90 kwam dit verdienmodel onder druk te staan doordat concurrentie van Microsoft zich op de software focuste en Intel op de chips. De computer markt versplinterde terwijl IBM bleef proberen het gehele product pakket aan te leveren. Het boek “Who says elephants can’t dance?” beschrijft hoe CEO Gerstner het bedrijfsmodel van IBM omgooide van het aanbieden van een totaal pakket (aanbod gestuurd), naar het focussen op het aanbieden van klant specifieke oplossingen (consultancy) waar juist vraag naar was (vraag gestuurd). IBM bestaat nog steeds maar van het oorspronkelijke bedrijfsmodel is vrijwel niets meer over, en dat is exact de reden waarom IBM er nog steeds is.
Who says UTS can’t dance?
De discussie rondom UTS zou zich daarom moeten focussen op de vraag of UTS in staat is om in deze omgeving van disruptive change zijn verdienmodel te wijzigen. Als UTS bestaande diensten blijft aanbieden, zal dit door dalende vraag naar telefoon en tv services, leiden tot hogere kosten per klant wat op den duur niet houdbaar is: minder klanten zouden dan dezelfde kosten onder elkaar moeten verdelen. Mocht UTS daarentegen in staat zijn de huidige kennis en ervaring op andere gebieden in de samenleving te gebruiken, dan hoeft een vermindering in telecom vraag niet persé een vermindering in UTS services te impliceren. Directie en vakbond dienen daarom niet alleen naar het huidige bedrijfsmodel te kijken, maar ook alternatieve scenario’s te overwegen. De centrale vraag echter zou niet personeelsbehoud of het besparen van kosten moeten zijn (aanbod gestuurd), maar hoe UTS het beste in staat is om klant tevredenheid te leveren (vraag gestuurd), en wellicht is dat met minder medewerkers.
Drs Servaas Houben AAG-FIA, CFA, FRM is secretaris van de Association of Dutch Caribbean Economists. Servaas presenteert en schrijft regelmatig over innovatieve oplossingen binnen de pensioen- en verzekerings-sector om de sector future proof te maken.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur een of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

Hoe krijg ik het van het papier af?

Hoe krijg ik het van het papier af?
Executiekracht kun je organiseren

Door: Patrick Bentvelsen

Stel je jezelf bovenstaande vraag weleens? Je hebt een briljant idee en bent ook nog in staat om het fatsoenlijk op papier te zetten… maar dan… hoe krijg je het gerealiseerd? Hier zie ik in de praktijk veel mensen mee worstelen, zowel zakelijk als privé. Je wilt wel, maar het komt niet van de grond. Gebrek aan executiekracht.

Dit fenomeen speelt zich onder andere af op het niveau van organisaties en (ei)landen. Uit onderzoeken van gezaghebbende bureaus als PMI en Gartner blijkt keer op keer dat de meerderheid van de projecten geheel of gedeeltelijk faalt. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken dat dit de economie veel geld kost. In 2016 stelde PMI dat van elke miljard dollar die in de VS wordt geïnvesteerd 12% in rook opgaat als gevolg van haperende projectuitvoering1.

Ideeën bedenken en plannen maken is makkelijk. Bijna iedereen met een beetje fantasie en google vaardigheden kan het. Maar dan begint het pas: het plan moet van het papier af! Helaas sneuvelen de meeste plannen nadat het management akkoord heeft gegeven en de uitvoering moet starten.

Het is een kwestie van mobiliseren, structureren en communiceren. Mooie woorden, maar wat bedoel ik ermee?

Mobiliseren:
1. Dwing openlijke commitment, prioritering en communicatie vanuit de top af. Het management moet zichtbaar achter de verandering staan, anders komt de organisatie niet in beweging.
2. Maak de ‘lijn’ verantwoordelijk. De manager van de afdeling die het meeste wordt geraakt door de verandering is eigenaar, niet de projectleider of externe consultant.
3. Help de medewerkers inzien waarom het noodzakelijk is en waarom ze in actie moeten komen. De realisatie komt alleen op gang als de medewerkers de urgentie voelen en het snappen, willen en kunnen.

Structureren:
4. Breng een fasering aan en knip het project op in kleine stukjes. Niet teveel in één keer, maar ‘hapklare brokken’ zodat snel zichtbaar resultaat kan worden geboekt.
5. Stel een compact projectteam samen. Niet een grote groep, maar een klein team met 3-5 mensen die ervoor willen gaan, tijd hebben én weten hoe het moet.
6. Kom op vaste momenten bij elkaar. Periodiek voortgangsoverleg -bijvoorbeeld elke week- met een actielijst geeft het project een ‘heartbeat’.

Communiceren:
7. Leg de voortgang vast en communiceer hierover naar het management. Een dashboard op één A4 is voldoende; lange voortgangsrapporten worden niet gelezen.
8. Trek tijdig aan de bel als er problemen zijn en stuur bij waar nodig. Hoe meer issues hoe groter de kans dat het project ontspoort en mensen afhaken als niet adequaat wordt ingegrepen.
9. Vier korte termijn successen en deel de behaalde resultaten met de organisatie. Dit vergroot het draagvlak en de betrokkenheid.
Open deuren of niet, deze 9 succesfactoren bepalen in belangrijke mate of een plan wel of niet wordt gerealiseerd.

Hoe is het gesteld met je eigen executiekracht? Ben je in staat om de bovenstaande 500 woorden van het papier af te krijgen? Neem een project in gedachten waar je nu bij betrokken bent en loop de succesfactoren eens langs om te zien welke goed zijn ingevuld en welke niet. Bedenk vervolgens wat er nodig is om alle 9 factoren af te kunnen vinken en… kom dan in actie!

Patrick Bentvelsen heeft 15 jaar ervaring als consultant en projectmanager. Hij is Manager PMO bij ENNIA en lid van de Dutch Caribbean Economists.

Disclaimer: dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en vertegenwoordigt de eigen mening van de auteur. Deze stemt niet altijd overeen met mensen, bedrijven of andere organisaties waarmee de auteur een of andere relatie heeft, behalve als dit expliciet vermeld wordt.

1 http://www.pmi.org/-/media/pmi/documents/public/pdf/learning/thought-leadership/pulse/pulse-of-the-profession-2016.pdf

Curaçao wacht een Tsunami van vergrijzingskosten

De wereldwijde trend in langere levensverwachting is niet voorbijgegaan aan het Caribische gebied. De afgelopen 50 jaar toont een stabiele trend in hogere levensverwachting1.

  1960 1970 1980 1990 2000 2010
Aruba 65,6 69,1 72,2 73,4 73,7 75,0
Barbados 60,7 65,3 68,6 71,2 73,2 74,9
Caribbean small states 62,3 65,7 68,3 69,6 70,2 72,2
Dominican Republic 51,9 58,5 63,0 68,0 70,6 72,8
Jamaica 64,3 68,3 71,5 72,0 72,3 74,9
Trinidad and Tobago 62,7 65,1 67,1 68,0 68,6 69,8

Tabel 1: Worldbank data levensverwachting Caribisch gebied 1960-2010

Alhoewel er meer diversiteit is in de trend van verschillende landen dan bijvoorbeeld in West Europa, is een duidelijke algemene trend van langer leven in het Caribisch gebied waarneembaar. Deze tendens is verder bevestigd door onderzoeken van CBS, Buck consultants en Milliman. Uit de onderzoeken van Buck2 komt naar voren dat het verschil in levensverwachting van een nuljarige voor vrouwen niet veel verschilt met de levensverwachting in Nederland: omdat er in Curaçao relatief veel vrouwen wonen betekent dit een additionele last3. Verder laten de Buck onderzoeken zien dat de wereldwijde trend in langer leven ook op Curaçao en Aruba van toepassing is.

Echter de manier waarop landen op een trend van stijgende levensverwachting anticiperen, verschilt sterk: Barbados, dat een vergelijkbare levensverwachting heeft als Aruba, heeft de pensioenleeftijd al naar 67 verhoogd4. Aruba heeft in 2012 een verplicht pensioen voor alle werkenden geïntroduceerd zodat zelfs parttimers en seizoens krachten pensioen opbouwen en een daling in koopkracht peil tijdens pensionering wordt voorkomen. Ook heeft het opbouwen van eigen pensioen naast staatspensioen het voordeel dat deelnemers niet al hun eieren in hetzelfde mandje leggen, maar hun risico’s spreiden over het staatspensioen en werknemerspensioen.

En (pensioen)sparen is in het Caribisch gebied geen overbodige luxe: het staatpensioen op zich is onvoldoende om in basis levensbehoeften te voldoen5. Tel daarbij op de risico’s van het financieren via omslagstelsel: de huidige werkenden betalen voor de gepensioneerden. Dat gaat goed zolang de bevolkingsopbouw maar uit voldoende werkenden bestaat, maar op Curaçao neemt het aantal ouderen veel sneller toe dan het aantal werkenden waardoor de premiedruk toeneemt6. Een projectie over de lange termijn houdbaarheid van de AOV toont dat de huidige AOV tekorten alleen maar zullen toenemen in de toekomst7.

Het is daarom uitermate teleurstellend dat in het huidige Curaçaose regeer akkoord de problematiek van langer leven nauwelijks ter sprake komt en enkel wordt vermeld dat er mogelijke issues zijn met de verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 65 jaar. Sterker nog, tijdens de verkiezingen waren er partijen die voor een verlaging van de pensioenleeftijd en verhoging van de uitkeringen pleiten. Ervaringen in andere landen laten zien dat het vooruitschuiven van het langleven probleem naar de volgende generatie niet gewenst is, en dat uitstel op termijn hardere maatregelen impliceert. Het korten van pensioen van deelnemers die Curaçao hebben verlaten lost de financiering op korte termijn (deels) op, maar heeft de Curaçaose staat wederom het imago gegeven van onbetrouwbare partner die onderscheid maakt tussen deelnemers die evenveel pensioenpremie hebben bijgedragen. Deze maatregel is bovendien in strijd met tal van internationale verdragen. In plaats van te hopen dat het tekort zal verdwijnen door toevallige omstandigheden zoals immigratie van Chinese arbeiders, of andere toevallige meevallers zou Curaçao er goed aan doen een stabiele lange termijn oplossing te ontwikkelen: de pensioenleeftijd automatisch laten meebewegen met de levensverwachting, en het verplichtstellen van pensioen voor werkenden zoals in Aruba zouden hierbij noodzakelijke maatregelen zijn.

drs. Servaas Houben. AAG-FIA, CFA, FRM is secretaris van Dutch Caribbean Economists.

 

Referenties

  1. WorldBank ontwikkeling levensverwachting, http://data.worldbank.org/indicator/SP.DYN.LE00.IN
  2. Buck consultants, Bevolkingssterfte, http://buckconsultants.cw/resultaat-sterfteonderzoek

Sterfte onderzoek 2015, http://buckconsultants.cw/augustus-2015-update-sterfteonderzoek-1

  1. CBS Curaçao, Census 2011 population table, http://www.cbs.cw/document.php?m=1&fileid=2245&f=330e9773f26cf44479330f7613a1e49f&attachment=1&c=157
  2. Barbados pensioenleeftijd, http://www.nis.gov.bb/pensioners/?page=GenPage&subsection=Old%20Age%20Contributory%20Grant/Pension
  3. Curiel R, Houben S, Slotje A, Verplicht pensioen op Curacao, VBC nieuwsletter mei 2016, http://www.vbcuracao.com/website/index.php?option=com_docman&task=doc_download&gid=67&Itemid=57
  4. CBS Curaçao, Demographics of Curacao Census 2011, http://www.cbs.cw/document.php?m=1&fileid=433&f=7d5855138208f7d04ca660bd734c0a70&attachment=1&c=163
  5. Martina S, Building the future, Guardian pensioen en bedrijvendag, http://myguardiangroup.com/Presentation_PBD_27-05-2016_SM.pdf

Big data: think big start small

De term Big data lees je tegenwoordig overal, Big data is sexy.

Maar wat is big data precies?
Jammer genoeg is er geen consensus over wat ”big data” nu precies inhoudt.
Big data moet echter digitaal zijn en bestaat uit: foto’s (Instagram), videofilmpjes (Youtube), audio fragmenten (Spotify), tekst en cijfers (Twitter, Facebook en websites).
Sommigen scharen alle data die niet meer op één pc of in één Excelsheet passen onder Big Data. Weer anderen vinden dat data pas Big worden als je meerdere servers nodig hebt om de data op te slaan en te analyseren.

Big data: oude wijn in nieuwe zakken?
Grote bedrijven en universiteiten hebben altijd al veel data verzameld. Walmart begon in de jaren negentig al met het verwerken en analyseren van 7 miljard transacties per jaar. Oliemaatschappijen als Shell en Mobil Oil gebruikten toen al vele terabytes aan data voor hun operaties.
Nieuw in Big data is de grote verscheidenheid aan data formaten, een groot deel (men schat 80%) van deze data (bijvoorbeeld tweets, Facebook posts, foto’s en video) zijn daarbij ook nog eens ongestructureerd. Het is data die we niet kunnen weergegeven in een traditionele rij-kolom databases.

Big Data wordt vooral gebruikt om correlaties te vinden tussen fenomenen, personen en gebeurtenissen. Op basis van die correlaties worden vervolgens beslissingen genomen.
Bedrijven volgen ons traject online mbv “cookies” en gebruiken die data voor onlinemarketing en nog te vaak zonder onze toestemming.
De geheime diensten van diverse landen, speuren in vele datasets naar potentiele terroristen en anders denkenden.
Netflix kan een groot aanbod van films en series aanbieden. Daarnaast houdt Netflix in gigantische server farms bij wie, wanneer, hoe laat en hoe vaak kijkt. Als je overwegend een weekend-kijker bent, dan krijg je steevast elke vrijdag een e-mail met “ Ronald, we just added a movie you might like”.

Aan de andere kant van het data-spectrum hebben we small data.
Small Data staat voor kleine, gedetailleerde hoeveelheden data die – in tegenstelling tot Big Data – makkelijk opgeslagen en verwerkt kunnen worden.
Door de geringe omvang zijn de analyses doorgaans minder complex – je hebt geen high-end data-experts nodig om de data te begrijpen en verbanden te kunnen leggen. Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat alles wat in een Excelbestand past Small Data is. Het koppelen en analyseren van kleine datasets biedt evenals bij Big data concrete inzichten, door de kleinschaligheid kunnen bedrijven echter direct aan de slag kunnen.

Data (zowel small als Big) vormen de basis van informatie en kennis, maar ze krijgen pas vorm, betekenis en meerwaarde als ze op het juiste moment, in de juiste vorm bij de juiste persoon geïnterpreteerd kunnen worden. Data kan zich dan als relevante informatie voordoen. In vaktermen spreken we van “actionable business insights”

Om van data naar “actionable insights” te komen, worden analytics ingezet. Analytics stellen de business analist in staat om antwoorden te geven op bijvoorbeeld essentiële marketingvraagstukken, zoals wie zijn de meest waardevolle klanten zijn en waar liggen de grootste knelpunten in de webshop.

De “best practise” manier om met analytics aan de slag te gaan is formuleren van de bedrijfsdoelstellingen (wat wil het bedrijf analyseren), de data verzamelen, indien nodig opschonen en masseren, analyse van de data, de uitkomsten bekijken en acties ondernemen.
De uitkomsten worden vaak gevisualiseerd mbv grafieken en dashboards.

Bij small data gebruiken we “descriptive analytics”. Met behulp van Descriptive analytics gaat de analist na wat er in het verleden is gebeurd. Management krijgt antwoord op de vraag: “What happened and why did it happen?”

Bij Big data hebben de analisten predictive analytics en/of prescriptive analytics tot hun beschikking.

Nu men weet wat er gebeurd is in het verleden en wat de veroorzaak is, kan management zichzelf afvragen (maar alleen nadat er fors in IT systemen en mensen is geïnvesteerd) wat er in de toekomst gaat gebeuren. De vraag die je beantwoordt met predictive analytics is: “What will happen?” De volgende stap is door middel van prescriptive analytics de vraag: “How can we make it happen?” beantwoorden.

Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is het Amerikaanse warenhuis Target. Die kan op basis van haar enorme database met historisch en actueel koopgedrag inschatten of een klant zwanger is of niet en deze klant sturen zwangerschapsartikelen en babyproducten bij Target te kopen.
Op basis van data analytics kwamen de analisten van Target er achter dat zwangere vrouwen in de tweede trimester van hun zwangerschap bepaalde artikelen als geurloze crèmes en zepen, voedingssupplementen zoals calcium, magnesium en zink begonnen te kopen. Extra grote pakken “cotton balls“, hand sanitizers en washandjes wijzen er dat de baby op komst is.
In één geval wist Target op basis van het koopgedrag dat dochterlief zwanger was terwijl de ouders dat nog niet wisten.

De geleerden zijn het erover eens dat economische groei wordt gedreven door “general purpose technologies”. Deze technologieën veranderen het aanzien van de economie fundamenteel. In de vorige eeuw hebben de stoommachine en elektriciteit dat al gedemonstreerd, ICT doet dat nu en zal in de komende jaren een nog grote impact hebben.
Het zal in de nabije toekomst vooral gaan om uit de beschikbare data met behulp van nieuwe tools en technieken die beschikbaar zijn en komen toegevoegde waarde te halen uit alle beelden & scans, spraak, tekst, muisklikken en sensordata. Dit kan een enorme aanjager zijn voor allerlei bedrijvigheid en nieuwe producten en diensten met kansen voor lokale entrepreneurs die hier op inspringen.

Potentiele Big data organisaties op Curaçao
De Politie heeft de beschikking over videocamera’s op voertuigen, langs drukke wegen en in de binnenstad. Deze camera’s kunnen worden gekoppeld aan verschillende databases, zodat automatisch kan worden gecontroleerd. Overigens: wetgeving op dit gebied is nog niet aangepast. De politie kan nog geen bekeuringen uitdelen op kenteken. De vraag is waarvoor deze data (naast verkeersovertredingen) gebruikt zal worden?

Utiliteitsbedrijf met het “slimme meters” project. Nadat het project is afgerond, kan de “slimme meter” afhankelijk van hoe men die instelt een gigantische hoeveelheid verbruiksinformatie zoals energie, vermogen, temperatuur, spanning, en de kwaliteit van de energie digitaal door geven aan een centrale computer. Met de slimme meter kan het bedrijf diefstal van water of elektriciteit opsporen naast andere technische “utilities” toepassingen.

Curaçao Toeristen Bureau (CTB)
CTB en haar ketenpartners verzamelen al heel wat bezoekers gerelateerde cijfers. Hoe cool zou het zijn als we van een bezoeker van de website van Curaçao.com mbv “streaming analytics” via zijn Facebook posts of andere social media interacties kunnen achterhalen dat zij een jazz-fan is en haar een “15% discount personalized coupon” kunnen aanbieden voor een Curaçao NSJF arrangement.

Bedrijven in de telecommunicatiesector beschikken over grote hoeveelheden eigen data.
Alleen al het gebruik van een smartphone kan qua informatie een goede weergave van een doorsnee dag van een gebruiker zijn. In de afgelopen vijf jaar hebben de ontwikkelingen in de techniek ervoor gezorgd dat deze grote hoeveelheid data nieuwe zakelijke kansen zijn geworden.

Hoewel Big Data veel potentie heeft, is het voor lokale bedrijven nu (nog) niet praktisch bruikbaar. Big Data is wat dat betreft nog een stip op de horizon. Wanneer zijn we klaar voor big data? Voor veel bedrijven geldt dat dat ze eerst maar eens met small data moeten beginnen. Managers realiseren zich vaak onvoldoende dat dit nu voor het grijpen ligt.”

Ronald Lieuw-Sjong is consultant bij Next Step Consulting NV (NSC) en lid van de Dutch Caribbean Economists.
NSC ondersteunt lokale en regionale bedrijven met procesmanagement en data analytics vraagstukken.

Van aanbod naar vraag gestuurde economie

Van aanbod naar vraag gestuurde economie
De wet van Say stelt dat ieder aanbod zijn vraag schept: creëer meer hotelbedden en de vraag naar hotel overnachtingen zal toenemen. Volgens de wet van Say ontstaan economische crises door een gebrek aan productie, niet zozeer een gebrek naar vraag van producten.
Net zoals de wet van Say, is de economische visie van Curaçao veelal aanbod gestimuleerd: zorg dat er meer toeristen met Air Berlin Curaçao bezoeken en je creëert economische groei. Zorg dat landskinderen, al dan niet via belasting voordelen, terugkeren naar Curaçao en het zal door meer kennis beter gaan met de economie. Een aanbod gestimuleerde economie is echter bijzonder kwetsbaar en brengt voor een klein land zoals Curaçao de nodige risico’s met zich mee.
Historisch voorbeeld aanbod gestuurde economie: USSR
De economische visie van de Sovjet Unie werd samengevat in 5-jaren plannen waarbij bepaalde sectoren een ontwikkeling in output moesten bereiken. De staal industrie moest bijvoorbeeld met een bepaald % groeien. Deze visie werkte vooral goed in een oorlogs-economie waarbij alle humane factoren opzij gezet worden en alles in staat wordt gesteld wordt om een productie in stand te houden om maar te kunnen overleven. Hierdoor lukte het om een grotendeels agrarische samenleving in 1917 om te vormen tot een industriële samenleving in een periode van minder dan 25 jaar. Echter in een niet-oorlogs-economie kwamen de beperkingen van een planeconomie al snel aan het licht: het bekende ironische voorbeeld van de fabriek die één enorme spijker produceert en daarmee aan zijn productie quota voldoet toont aan dat voldoen aan een aanbods vereiste nog niet betekent dat de output voor de consument nuttig kan zijn.

Ook loopt aan aanbod gestuurde economie het risico dat trends over het hoofd worden gezien: alhoewel de Sovjet Unie erg succesvol was op het gebied van ruimtevaart en oorlogsmaterieel, zagen de centrale planners de ontwikkeling van de computer volledig over het hoofd. Hierdoor liepen zij vergeleken met Amerika een aanzienlijke achterstand op die ook via centrale planning niet meer was in te halen.
Curaçao
Ook in Curaçao is de neiging om het nut van centrale planning te overschatten. In het onderwijs is nu de vreemde situatie ontstaan waarin Curaçao weliswaar een universiteit heeft, maar waarbij een tekort is aan basis onderwijs dat aansluit bij de markt vraag. Als gevolg daarvan zijn ouders gedwongen om hun kinderen naar privé scholen te sturen waardoor een barrière ontstaat tot goed basis onderwijs, hetgeen zich vertaalt naar lage slagingspercentages: 80% van de basis school kinderen gaat naar het vsbo en maar 20% naar havo/vwo. Ter vergelijking, in Nederland is de verhouding 53% vsbo en 47% havo/vwo. De universiteit trekt 80% leerlingen uit Curaçao aan, en 20% vanuit de regio. Als de bevolking van Curaçao rond de 160.000 is, heeft de universiteit dus een markt van ongeveer 200.000 potentiële klanten, wat voor universiteiten minimaal is. Vergelijk dit met Nederland dat 17 universiteiten heeft op een bevolking van 17 miljoen. Kennelijk bestaat er in Curaçao een mismatch tussen hoger en lager onderwijs.
Een ander voorbeeld is het streven naar een lokale aandelenmarkt (DCSX). Om deze markt te stimuleren zouden er belasting voordelen nodig zijn. Maar als er voldoende vraag zou zijn naar lokale investeringen en aandelen, zou dit automatisch leiden tot aanbod van lokale aandelen, en zou er geen noodzaak zijn tot belastingvoordelen. Er lijkt dus onvoldoende vraag te bestaan om een aandelenmarkt zonder lange termijn subsidie in stand te kunnen houden.
Succes voorbeelden van vraag economie
Begin jaren 90 was de Finse economie in recessie: een bankencrisis en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hadden de economie veel schade berokkend. Daarna kwam een sterk herstel: een combinatie van marktwerking en focus op onderwijs resulteerde in een knowledge workers economie waarbij internationale handel erg succesvol is en een derde van het Bruto Binnenlands product uitmaakt. Inmiddels is Finland een van de meest welvarende landen in de Europese Unie.
Een ander goed voorbeeld van een economie die sterk profiteert van vraag uit het buitenland is Duitsland. Werd deze economie midden jaren 90 nog als ouderwets gezien, na de economische crisis bleek dat de Duitse gründlichkeit in de maak-industrie zoals auto’s en witgoed een sterke merknaam was in het buitenland. Made in Germany heeft een goed imago waarvoor buitenlandse consumenten graag extra voor willen betalen.
Conclusie
De economische visie van Curaçao ligt vooralsnog op de korte termijn die erg aanbod gestuurd is: door middel van belasting voordelen worden hotels, luchtvaartmaatschappijen en financiële instellingen (tijdelijk) naar het eiland gelokt. Het nadeel van deze maatregelen is dat zij gemakkelijk gekopieerd kunnen worden door andere (ei)landen en korte termijn effecten hebben op de economie bijvoorbeeld voor de werkgelegenheid. In plaats van korte termijn jump-start maatregelen, doet Curaçao er goed aan een lange termijn brand te ontwikkelen wat minder gevoelig is voor tijdelijke financiële prikkels. Hierdoor zal een structurele vraag ontstaan naar de producten en kennis die Curaçao te bieden heeft.
Drs Servaas Houben AAG-FIA, CFA, FRM is secretaris van de Association of Dutch Caribbean Economists. Servaas presenteert en schrijft regelmatig over innovatieve oplossingen binnen de pensioen- en verzekerings-sector om de sector future proof te maken.

Referenties
https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/sectoroverstijgend/nederlands-onderwijsstelsel/stromen-in-het-nederlandse-onderwijs

De bevordering van de Curaçaose evenementensector

Door: Rejauna I.S. Rojer MSc

Curaçao kent een groot scala aan evenementen per jaar. Hierbij valt te denken aan diverse muziekfestivals, lokale korte en lange filmproducties, sportevenementen en culturele bijeenkomsten. Uit diverse onderzoeken (Notes 1, 2, 3) blijkt dat evenementen een positieve bijdrage leveren aan de economie, zo ook voor Curaçao. Het aanbod en de diversiteit aan evenementen, vooral evenementen met een internationaal karakter, dient op Curaçao bevorderd te worden met het oog op de bijdrage aan de lokale economie. Ten slotte kan een dergelijke uitbreiding ook bijdragen aan de regionale naamsbekendheid van Curaçao. (4)

Inkomstenlek

Een veel voorkomende aanname is dat de economie van Small Island Destinations (“SIDs”) profiteren van toerisme en (bijkomende) activiteiten. (5, 6). Deze aanname is echter niet helemaal juist. Hoewel SIDs zich veelal richten op toerisme, is het grootste deel van de lokale markt (7) waar toeristen hun geld besteden in handen van buitenlandse investeerders. Als gevolg hiervan vloeien inkomsten uit de toeristische sector het land weer uit, waardoor de bijdrage aan de lokale economie minder groot is dan initieel wordt gedacht. Dit soort marktverhoudingen komt in een groot deel van de Cariben voor. (8). De inkomsten die wegvloeien naar het buitenland worden ook wel omschreven als ‘economic leakage’. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 31% van de uitgaven van toeristen in SIDs wegvloeit naar buitenlandse investeerders. (9).

Mitigeren inkomstenlek

Om de ‘economic leakage’ te mitigeren kunnen SIDs deze wegvloeiende inkomsten beperken door onder andere het diversifiëren van het aanbod aan toeristische attracties en producten. (10). Volgens Croes is het voor SIDs van belang om zich te focussen op de internationalisering van muziekfestivals (lees: ook andere evenementen zoals sport, conferenties, cultuur of film) om de lokale uitgaven van het verblijftoerisme te vergroten, immers dergelijke evenementen kunnen het genoemde lek compenseren. (11). De kans op ‘economic leakage’ is kleiner bij internationale evenementen en wordt gecompenseerd door secundaire activiteiten van toeristen die dergelijke evenementen aantrekken. Hierbij kan worden gedacht aan uitgaven in de horeca alsook transport en accommodatie. Ook een diversiteit aan evenementen kunnen het toeristisch aanbod van activiteiten verbreden, waardoor er mogelijk meer toeristen zullen (terug)komen. (12, 13)

Aandachtspunten

Enkele aandachtspunten bij het stimuleren van de evenementensector op Curaçao zijn onder andere:

  1. Data. Het inventariseren van de voorkeuren van zowel de lokale bevolking als van potentiele buitenlandse bezoekers van dergelijke evenementen. Door het laten aansluiten van de behoeften van de bezoekers van een evenement aan het product, kan een optimale bezoekersaantal worden gegarandeerd. Verder is het vergaren van data relevant voor het meten van de economische impact van een evenement en de daaruit af te leiden economische indicatoren, zoals omzet en (in)directe werkgelegenheid. Tot slot is data zeer belangrijk bij het aantrekken van financiering voor een evenement.
  2. Het creëren van een voor Curaçao unieke evenementbelevenis in combinatie met blootstelling aan de lokale cultuur. Het grootste voordeel hierbij is dat een evenement niet buiten Curaçao kan worden geconsumeerd en geïnteresseerden zich ter plekke op het eiland moeten bevinden om van het evenement te kunnen genieten. Een voor Curacao uniek concept kan indien succesvol en daar vraag naar is uiteraard geëxporteerd worden.  
  3. Het garanderen dat de locatie aantrekkelijk is om een evenement te organiseren, denk hierbij aan de kwaliteit en prijs van productiefactoren (zoals vooral evenementlocatie, wet- en regelgeving, politieke en institutionele omgeving, marktstructuren, regeringsbeleid.
  4. Het internationaliseren van het evenement door promotie, waardoor ook buiten Curaçao bekendheid wordt gegeven aan het evenement om zo meer toeristen (en hun deviezen) aan te trekken.

Aanbeveling

Om het huidige aanbod en diversiteit aan evenementen op Curaçao te behouden en te stimuleren dienen de stakeholders uit de sector de hoofden bij elkaar te steken om te werken aan de verschillende aandachtspunten ter bevordering van de sector. Dit kan door het bijeenroepen van een werkgroep, maar ook door het organiseren van een seminar voor de evenementensector waarbij een duidelijk kader wordt geschapen voor organisatoren. Denk bijvoorbeeld aan informatie verschaffen over de wettelijke, fiscale, financiële en andersoortige regels omtrent het organiseren van (internationale) evenementen, het presenteren van ‘best practices’ en valkuilen alsook het in contact brengen van organisatoren met aanbieders van secundaire diensten in de evenementensector (eten en drinken, podia, geluid, advertentie en promotiemateriaal). Daarnaast dient gefocust te worden op het ontwikkelen van competenties, niet alleen van lokale artiesten en spelers, maar ook van de organisator van het evenement en aanbieders van secundaire diensten in de evenementensector. Uiteindelijk is een efficiënte uitvoering van ideeën, voornemens en goede bedoelingen hetgene wat een sector op het eiland succesvol maakt.

Noten:

  1. D. Getz, Event tourism: concepts, international case studies
  2. Luis César Herrero, José Ángel Sanz, Ana Bedate and María José del Barrio, Who Pays More for a Cultural Festival, Tourists or Locals? A Certainty Analysis of a Contingent Valuation Application, International Journal of Tourism Research, Volume 14, Issue 5, pages 495–512, September/October 2012
  3. Bracalente; C. Chirieleison; M. Cossignani; L. Ferrucci; M. Gigliotti; M.G. Ranalli, The economic impact of cultural events: the Umbria Jazz Festival, Tourism Economics, Volume 17, Number 6, December 2011, pp. 1235-1255(21)
  4. Voor cijfermatige onderbouwing van de standpunten genomen in dit artikel wordt verwezen naar de aangehaalde bronnen.
  5. Semrad en Bartels ‘An inward look using background economic linkages in a developing country: the case of Puntarenas, Costa Rica’, 2014.
  6. Rivera et al., ‘The internationalization benefits of a music festival: The case of the Curaçao North Sea Jazz Festival’, 2016.
  7. Hotels en belastingvrije winkels op de luchthaven, op cruiseschepen en in de vrije zone.
  8. Rivera et al., ‘The internationalization benefits of a music festival: The case of the Curaçao North Sea Jazz Festival’, 2016.
  9. Lejarraja en Walkenhorst, ‘Diversification by deepening linkages through tourism’, 2007.
  10. Rivera et al., ‘The internationalization benefits of a music festival: The case of the Curaçao North Sea Jazz Festival’, 2016.
  11. Croes, ‘Tourism specialization and economic output in small islands’, 2013, Ferdinand en Williams, ‘International festivals as experience production systems’, 2013.
  12. Rivera et al., ‘The internationalization benefits of a music festival: The case of the Curaçao North Sea Jazz Festival’, 2016.
  13. Nader onderzoek is aanbevolen voor het in kaart brengen van de bestedingspatroon van de Curaçaose bevolking bij de diverse evenementen.